Netwerken en communities

Netwerken en communities – het verschil

Waar denk je aan bij netwerken? Het bezoeken van kennismakingsbijeenkomsten en beurzen, met aan het eind zo’n staande receptie annex borrel waar je gesprekjes aanknoopt en dan de kunst verstaat om zonder gêne je kaartje uit te kunnen wisselen? Ja, dat beeld heb ik ook. Getsie, zakelijk netwerken, niks voor mij. Toch wil ik wel zakelijk succes bereiken. Als je daar tenminste onder verstaat dat je opdrachten krijgt en je inkomsten haalt uit datgene wat je doet. Ik ben met mijn bedrijf begonnen in de tijd dat Internet echt lekker op gang kwam. Men vond elkaar, op tal van terreinen. Inspiratie werd steeds meer gedeeld en mensen zochten elkaar, met behulp van de nieuwe mogelijkheden, steeds meer op. Ik ontdekte een aantal communities die me enorm aanspraken. Voor iemand die daar al een beeld bij heeft, is dat gemakkelijk te begrijpen. Voor een “buitenstaander” niet. Dus leek het me wel leuk om eens een vergelijking te maken tussen een zakelijk netwerk en een community.

zakelijknetwerkenEen zakelijk netwerk

  • Is in 1e instantie gebaseerd op persoonlijke relaties
  • Is in 2e instantie gericht op het verkrijgen van klanten en opdrachten
  • Heeft een functionele focus: zakendoen
  • Deelname is gericht op resultaat (uiteindelijk)

Een community

  • Verbindt mensen op basis van gedeelde waarden
  • Is gericht op delen (kennis, inzicht, waarden, dromen)
  • Is trendsettend in zijn genre
  • Heeft een waarde op zich
  • Produceert initiatieven, projecten en producten
  • Levert een natuurlijk podium voor elke deelnemer
  • Deelname maakt mensen blij en energiek
  • Is en blijft inspirerend
  • Er is ruime gelegenheid voor persoonlijke ontwikkeling
  • Leeft het “geven en nemen” op een grenzeloze manier, i.t.t. ruil als meetbare transactie
  • Er wordt eerst gestreefd naar co-creatie, daarna pas naar resultaten
  • Is hiërarchieloos en bestuurloos
  • Is zeer dynamisch: de initiatieven komen en gaan, evenals de leden
  • kan veranderen van vorm (soms een denktank, soms een klusgroep, soms een startup)bijen
  • is sterk zelforganiserend

Steeds meer mensen die maatschappelijk willen ondernemen komen voort uit, of zoeken contact met, een actieve community. Deze informele omgevingen zijn uitstekend geschikt voor startups, om feeling met hun klanten te houden, co-creatie te bevorderen, en bv. ook crowdfundingacties op te zetten. Ondernemen is ontzettend uitdagend, en naast het feit dat het het beste in jezelf naar boven kan halen, is het wel fijn om een groep om, je heen te hebben op wie je in moeilijke tijden terug kunt vallen. De meeste starters hebben gewoon niet al die noodzakelijke competenties in huis om het succes te garanderen. Some heb je even baat bij een WordPressdeskundige of een marketeer die je over een dood punt heen helpt.

Een community is daarnaast zeker ook een netwerk, maar dan meer een verzameling cellen of nodes (mensen, groepen) die zich functioneel aaneensluiten tot een groter netwerk om tot activiteiten en resultaten te komen. In zekere zin kun je een community vergelijken met een mierenhoop of een bijenkorf. Ieder levert zijn bijdrage aan het gezamenlijke resultaat. De nodes kunnen in verschillende subnetwerken tegelijk functioneren.

Een erg leuk voorbeeld vind ik zelf de Tiny Houses beweging, je weet wel, van die kleine huisjes die meestal behoorlijk zelfvoorzienend zijn. In ons land zie je dat deze beweging steeds meer voeten aan de grond krijgt.

Andere voorbeelden van communities:

http://www.permanentbeta.nl/ bridging brains, tech en culture

http://www.hartverwarmendwijs.nl/ het netwerk voor de werkelijke belangen in het onderwijs

http://www.earth-matters.nl/ bewustwording

http://www.permacultuurnederland.org/wp/#.V7hyTpiLTcs Nederland groen en duurzaam

En voor de liefhebbers is er in de aanbieding nog mijn privé-verzameling klik hier.

Interessante boeken:

Tribes Seth Godin klik hier

Start with the Why van Simon Sinek klik hier

Easycratie Organiseren kan echt anders klik hier

 

 

 

Geplaatst in LexBlogt | Plaats een reactie

De school als gaarkeuken

gaarkeukenStel dat u uw kind, op instigatie van de overheid, elke werkdag volgens een strak schema moet laten eten in een gaarkeuken. Hier wordt het eten volgens vaste protocollen en tijdschema’s gemaakt, geserveerd en opgegeten. Volwassen bediendes zien erop toe dat uw kind de benodigde voedingsstoffen krijgt toegediend. Weigering om te eten betekent: geen eten, dus met honger naar huis. Als dit enige dagen aanhoudt worden de ouders op het matje geroepen. Die krijgen boetes en misschien zelfs gevangenisstraf. Alleen als het kind een,  door een via de gaarkeuken aangewezen voedingsdeskundige uitgegeven verklaring meekrijgt, waardoor het aangepast voedsel toegediend moet krijgen, wordt dit aangepast.

Snaakvoorkeuren van het kind doen niet ter zake, evenmin als die van de ouders. Er is vrijwel geen variatie in het aanbod. Al het voedsel wordt door voedseltechnologen eerst ontworpen, vervolgens getest en aangeboden. Hierbij wordt vooral op de klinische aspecten gelet: voedingswaarde etc. Statistische analyses geven aan hoe de ontwikkelingscurve van de kinderen dient te lopen. Kinderen dienen zo-en-zoveel kilogram per jaar aan te komen. Tussentijds worden er dan ook veel weegacties gehouden. De gaarkeukens willen immers geen toestanden. De weegapparaten staan altijd klaar achterin het lokaal. In nauwe samenwerking met medische onderzoeken wordt de voeding regelmatig aangepast. Vooral een uitgewogen mix van vitaminen, vezels, mineralen en eiwitten is belangrijk. Uiterlijk doet er minder toe. Er is wel eens geëxperimenteerd met ander uiterlijk, andere combinaties en zelfs met kleuren maar die projecten zijn na klachten van de bedienden stopgezet. Die werden er knettergek van.

En, o ja, kinderen die te mager of dik zijn, of ziek, worden tijdig buitenboord gezet, zodat de statistieken weer keurig kloppen.

Afijn, U heeft het al door zeker: dit merkwaardige verhaal is niet waar. Wij doen dat zo niet, toch? Nu wil ik u iets vragen. Ziet u de parallel met ons onderwijs? Lees eens in plaats van gaarkeuken “school” en in plaats van voedsel “leerstof”. Lees voor “bediende” “leraar” en voor “voedseltechnoloog” “onderwijskundige”. Vervang “weegacties” door “toetsen”….. en de vergelijking is wel verdacht sterk, vindt u niet? Ergens klopt hier toch iets heel erg niet? Dit is toch verontrustend? Als het om ons voedsel gaat, dan vinden we het vanzelfsprekend dat dit tot de verantwoordelijkheid van de ouders/opvoeders behoort en daar dient te blijven. We hebben een grote keuze in de soorten voedsel, de combinaties, de wijze van bereiding etc. We kunnen kiezen tussen je eigen eten verbouwen en een kant-en-klaarmaaltijd, tussen weegactiezelf thuis koken en een restaurant, een enorme vrijheid. Maar als het om ons onderwijs gaat dan lijkt het vanzelfsprekend dat we ons kind uitleveren aan een onder overheidstoezicht staand systeem, waar we al onze inspraak en eigen keuze af moeten leggen. Dat is raar, heel raar en onnatuurlijk.

En we hebben dit zelf laten gebeuren, toch? Nou dan kunnen we het ook weer veranderen.

Lees vooral ook deze blog, waarin de kromheid van het vasthouden aan zo’n achterhaald bijna communistisch systeem wordt gekoppeld aan de geestelijke gezondheid van onze kinderen. Dit systeem is ongezond en moet drastisch op de schop.

Toevoeging

Nog een nagekomen gedachte. Er wordt me vaak aangerekend dat ik zo negatief ben over het onderwijs. Mensen voelen zich aangesproken en zelfs soms beledigd. Keer op keer herhaal ik dan, dat ik niets heb tegen de professionals die zich dagelijks uit de naad werken om kinderen goed les te geven. Sterker nog, ik heb groot respect voor die mensen, vooral zij die dit dag in dag uit op de werkvloer steeds maar weer waarmaken. Petje af! Waar ik tegen tekeer ga, is het systeem: de strakke structuren, de eenzijdige nadruk op cognitieve kennis, de “er is maar één antwoord goed”-mentaliteit, het teaching-to-the-test. Daar gaat het me om. In die gaarkeuken werkt een kok ook met passie, ervaring en kunde aan het verzorgen van 250 standaardmaaltijden per dag, en de bediendes doen er alles aan om de kinderen zo rustig mogelijk te houden want dat eten moet echt in die buikjes terechtkomen. Alle groepen professionals in zo’n systeem zijn gekwalificeerd en doen hun g…ver…..ten best, heus, daar gaat het niet om. Maar… als je ons onderwijs gaat beoordelen naar de maatstaf of de mensen die er werken wel professioneel zijn, schiet je nog steeds niet veel op. Dat maakt dit systeem nog niet per definitie goed. Helaas, want als dat wel zo zou zijn dan was de spanning die er nu op staat, niet zo voelbaar.

Keuringsdienst van waren

Het eigenaardige is nu, dat onze overheid zelf ook vrij luchtig doet over dat onderwijssysteem: net zoals de Keuringsdienst van Waren vooral let op de hygiëne en technische kwaliteit van ons voedsel, vanuit het oogpunt van de volksgezondheid, zegt telkens ook de Onderwijsinspectie dat er veel vrijheid is om het onderwijs in te richten. Enkel de eindtermen staan vast, en verder worden de processen om daartoe te komen doorgelicht. Voor de rest is de inrichting van het onderwijs vrij. Dat geeft te denken nietwaar? Waarom voelt het dan als een beperkend pantser? Zowel voor de kinderen als voor vele leraren? Afijn we kennen het rijtje knelpunten wel.

Beeldvorming Het is niet eenvoudig om een verklaring voor deze starheid te zoeken, maar één mechanisme is me de laatste tijd vaak opgevallen: leidinggevenden gebruiken nogal graag de leuze “Het moet van de Inspectie”. En helemaal als het om impopulaire maatregelen gaat, zoals recentelijk het invoeren van een “kleutermethode” waar nogal wat protest tegen kwam vanuit de kleuterjuffen (tercht overigens). Scholen die “lastige” kinderen liever niet hebben komen met argumenten tegen de ouders zoals “Helaas, nu moet u zich verantwoorden voor de Leerplichtambtenaar”, hierbij een beeld scheppend als zou deze als een aasgier op de ongehoorzame ouder aan zou vallen. Geeft te denken nietwaar…..

Geplaatst in Passend Onderwijs | Plaats een reactie

Play the game – or die

Ik heb van een ouder van een thuiszitter een brief overhandigd gekregen, van de directeur van de VO-school waar het kind staat ingeschreven. In deze blog analyseer ik deze brief, omdat hij exemplarisch is voor de mentaliteit van de scholen in Nederland ten aanzien van de Wet op het Passend Onderwijs. En dat geeft geen fraai beeld…… men speelt eigen rechter, desinformeert de ouders en speelt een eigen machtsspelletje. Ja roept u dan meteen dat geldt toch niet overal? Kan wezen maar dat moet de tijd dan maar bewijzen….. Ik geef commentaar op afzonderlijke onderdelen, en als afsluiting op de brief als geheel.

De onderdelen van de brief

(tekst brief) Aanmelding en vervolg

Allereerst is ons probleem dat wij pas ná aanmelding van D., toen de klassen al gestart waren, op de hoogte kwamen van de problematiek van D. U had deze informatie voorafgaand met ons moeten bespreken. Dan hadden wij, ook in het kader van passend onderwijs, samen kunnen bepalen wat mogelijk is voor D., hier of binnen een andere onderwijsinstelling. Nu is D. slechts twee dagen op school geweest en mailt u “…mede door de ervaring met leraren, …, is zijn vertrouwen in volwassenen zwaar beschadigd.” En vervolgens hebben we D. nooit meer gezien. Dan staan we als school voor een verrassing en een voldongen feit. Wij geloven er in dat als D. had volgehouden het hier uiteindelijk erg naar zijn zin zou krijgen. Maar twee dagen, en dan ook nog in een introductieweek, is veel te kort voor D. om tot een oordeel te komen.

Dossiervorming Het zou kunnen dat de ouders objectief gezien te weinig informatie hebben gegeven. Maar is daar wel naar gevraagd? En had dit geholpen? Ik betwijfel dit ten zeerste. Ik vermoed dat de ouders hebben gedacht “we gaan het gewoon proberen”. Het is lastig te voorspellen hoe het gaat lopen bij zo’n grote overgang van PO naar VO. Mijn eigen ervaring is wel, dat scholen een sterke neiging hebben om voorinformatie over een schoolkind te beschouwen als bezwarend, en erg huiverig zijn om zo’n “belast” kind dan nog aan te nemen. Dit is natuurlijk faliekant tegen de zorgplicht in, maar het is wel de dagelijkse praktijk. Voorbeelden te over, en de cijfers bewijzen dit. Een kind met een verleden staat meteen op achterstand. In zo’n klimaat ga je als ouders niet meteen vertellen dat er “iets” is met je kind, lijkt me, dan heb je al verloren voor de wedstrijd begint. Eigen spelregels Schrijver suggereert dat schoolgang een voorwaarde is om tot Passend Onderwijs te kunnen komen. Dit klopt niet. Hierover staat helemaal niets in de wet. Dit heeft schrijver geheel zelf bedacht. Een eigen spelregel, die natuurlijk onmiddellijk wordt gebruikt om de ouders van nalatigheid te beschuldigen. Thuiszitter opvangen Veel thuiszitters hebben naast de leerachterstand door het niet ontvangen van onderwijs, nog een tweede drempel om over te stappen: omdat ze lang uit het disciplinaire proces zijn geweest, moet er aan gewerkt worden dat zo’n kind een gewenningsperiode krijgt om weer te integreren. Hierbij kunnen tal van angsten, oude ervaringen, gebrek aan zelfvertrouwen etc. gemakkelijk weer de kop opsteken. Hier zal alleen een goede, professionele begeleiding uitkomst kunnen bieden. Dit moet aanvullend op en in samenhang met het schoolbezoek worden georganiseerd en gemonitord. Hier moet echt in geïnvesteerd worden, zowel onderwijskundig als psychologisch. En dat hoort allemaal bij de zorgplicht.

(tekst brief) De schoolfilosofie

Onze school is een school met een ideologie. Kenmerk van deze filosofie is het sociale gebeuren. Wij willen leerlingen naast een diploma ook veel meegeven op het gebied van sociale ontwikkeling. Dat leerlingen op school komen en deel uit maken van de schoolgemeenschap is voor ons een kernpunt. De ervaring leert wel dat leerlingen die de neiging hebben tot spijbelen vanwege sociale angst, het bij ons goed doen op school vanwege het veilige sociale klimaat en de laagdrempelige omgang tussen docent en leerling.

Waarom staat dit er? Op zich komt dit verhaal redelijk over. Het kan zo zijn, dat de school erg goed is in het scheppen van een veilig sociaal klimaat en dat leerlingen zich over het algemeen prettig en veilig voelen. Pluim voor de school, maar dit is toch opdracht nummer 1 van elke school? De vraag is echter: waarom staat het in de brief? Kennelijk om het standpunt van de directeur te rechtvaardigen. Daarmee komt dit ideaalbeeld in een minder fraai daglicht te staan: “Doe mee, of zoek het maar uit.”

(tekst brief) Oplossingen

Wij zijn niet in staat om een individueel traject op te zetten dat leidt tot een diploma voor leerlingen die niet naar school komen. Dat kunnen we niet maar we willen het ook niet omdat het in strijd is met de principes van de school. Wij bieden geen individuele trajecten. Wij bieden geen oplossing voor schoolweigeraars.

Maatwerk Een vreemde stijlfiguur: eerst voert schrijver uit het niets een karikaturaal beeld van mogelijke “oplossingen” op. En vervolgens worden die subiet afgeserveerd als niet haalbaar en niet wenselijk. Nergens in het Passend Onderwijs wordt gesproken over “individuele trajecten voor schoolweigeraars”. Wel wordt gesproken over de zorg die nodig is om kinderen naar het diploma toe te leiden. En dat houdt soms maatwerk in. Dat is een stuk genuanceerder. Er wordt op dit moment duidelijk naar maatwerk gekeken, in de politiek en ook in het veld. Zelfs Sander Dekker heeft hier ruimte voor geschapen. Een combinatie van onderwijs op school en thuis kan daar zeker bij horen.  Daar moet ook deze school naar willen durven luisteren. Deuren openzetten en niet meteen voor je neus dichtgooien! Niet jezelf boven de wet stellen.

(tekst brief) Alternatieven

U zult moeten zoeken naar een andere onderwijsvorm of een andere school die dit wel wil en kan. Alleen hebben wij geen idee wie kan tegemoet komen aan uw wens. Geen school namelijk die hierin kan voorzien, zeker als uw keuze tegen de wet- en regelgeving is en welke wordt gecontroleerd door de leerplichtambtenaar. Je kind niet naar school laten gaan is in Nederland een heel heftig besluit. Het is aan leerplicht en jeugdzorg, en uiteindelijk aan een officier van justitie om tot een oordeel en een maatregel te komen. Op dit moment ligt deze zaak in handen van leerplicht en jeugdzorg. Wij kunnen D. alleen helpen als hij fysiek op school komt. Op basis van uw overtuiging zoals u die verwoordt, zult u nooit toestemming krijgen om D. thuis te houden. Wij kunnen hierin niets voor u betekenen.

Zoek het maar uit Deze opstelling is gewoon keihard tegen de wet in. Niet de ouders moeten zoeken naar een andere oplossing, maar laten we eerst eens beginnen met de zorgplicht van de school! En de moeder krijgt nog een trap na door te verklaren dat de moeder nu is overgeleverd aan Leerplicht en Justitie. Hier begeeft de school zich buiten de grenzen van de betamelijkheid. Hier is geen sprake meer van zorg, dit gaat richting intimidatie en morele chantage. leunen (tekst brief) Diagnose

U vergelijkt de situatie van D. met die van een allergie. Ik respecteer dat. Alleen het ontbreekt ten enen male aan onderzoeksresultaten. U zult moeten aantonen, onderbouwd door onderzoek van een onafhankelijk deskundige, wat maakt dat het niet anders kan dan dat D. thuis zit. Er moet dus een diagnose komen. U moet kunnen aantonen dat D. met reden thuis zit. Het is een zaak tussen u en leerplicht.

Diagnose!? Het kost me moeite om het verband met het voorgaande te zien. En ik begrijp de redenering niet: in hoeverre is het van belang om het thuiszitten te rechtvaardigen? Wie is daar gebaat bij? Ik kan me niemand voorstellen. Niemand wil de situatie van het thuiszitten continueren. De moeder luistert naar de gevoelens van het kind, en kiest dan voor de op dit moment minst schadelijke weg. Op school loopt hij alleen nog maar meer psychische schade op. Maar wie weet kan dit, met zorg en inspanning van alle partijen, positief worden omgebogen. Daar moet het over gaan. Wat me opvalt is:

  • Er is, zo blijkt zonneklaar, alle reden om met alle betrokken partijen om de tafel te gaan om samen naar een oplossing te zoeken. Waarom moet er dan ineens een diagnose uit de hemel vallen? Ik vat het niet
  • Er wordt, ook hier, weer tegen de wet in geredeneerd. Kosten voor onderzoek moeten door de school danwel het Samenwerkingsverband worden gedragen, niet door de ouders. Nogmaals: zorgplicht!!
  • Niemand wil graag dat het kind alleen maar thuiszit. Dit kind wil leren, kan leren en leert ook thuis veel. Niemand is erop uit om het kind koste wat kost thuis te houden! Wat een vreemde denkconstructie om dan aan te voeren dat er een reden voor het thuiszitten moet worden gevonden….. namelijk een diagnose!?

Brief als geheel De brief komt op mij als lezer harteloos over. Zelfs als je niks afweet van dit individuele geval, of in het algemeen van de thuiszittersproblematiek. Zo’n brief werkt afstotend en blokkeert communicatie en dus oplossingen. Inhoudelijk: Er is geen enkele interesse in het kind, geen vragen daarover. Er is alleen maar verwijt aan de moeder. De filosofie van de school wordt gebruikt als rechtvaardiging voor het eigen standpunt. Er lijkt een eigen interpretatie gegeven te worden van de wet Passend Onderwijs (je moet maar durven!) en ook wat die wet voor de school inhoudt: enkel als het kind op school komt, kan er aan oplossingen gewerkt worden. Daar valt nog wel wat op af te dingen. Termen als “schoolweigeraars”, “sociale angst” en “de problematiek van D. (het kind)” werken stigmatiserend. Dit kind is al be- en veroordeeld nog voor het eerste woord is gevallen. Het probleem wordt geheel bij het kind gelegd en de moeder is de handlanger. Er lijkt geen enkele ruimte voor de ervaringen en het standpunt van kind en ouder. Er wordt geen opening gegeven voor verdere dialoog of gezamenlijk onderzoek.

Epiloog

Er zijn maar 3 vragen relevant bij de Wet Passend Onderwijs:

  • Wat heeft dit kind nodig?
  • Als dit kind zorg nodig heeft, welke dan? (zorgplicht school)
  • Als wij dit “pakket” als school niet (geheel) kunnen beiden, hoe organiseren we dit dan? (zorgplicht school)

Heel eenvoudige vragen, die natuurlijk wel inspanning van alle partijen vergen. En dat begint met het met open blik luisteren naar kind en ouders. Alleen dan kan Passend Onderwijs slagen. Ik hoop u aangetoond te hebben dat helaas vele scholen nog niet zo ver zijn en hun eigen gang gaan………

Geplaatst in Thuiszitters | Plaats een reactie

Zorgplicht is als een slecht hotel

Stel je gaat op vakantie naar een lieftallig Spaans dorpje Buenoventura en zoekt naar een hotel. Je meldt je dan aan bij hotel A, maar eigenlijk wil je wel een kamer met bad. Geen probleem zegt hotel A, u schrijft zich gewoon bij ons in en dan zoeken wij voor u naar een collega-hotel (een concurrent dus) die een kamer met bad voor u heeft. Heeft u een momentje?
De hele dag gaat voorbij, uw kinderen vervelen zich een slag in de rondte en het wachten duurt zo lang dat hotel A, for the time being, maar een kamer aan het gezin aanbiedt. Zonder bad natuurlijk. Afijn na 6 weken is er uiteindelijk een hotel gevonden! Hotel E, wel een beetje uit de buurt (30 km verderop) maar….. een kamer met bad! Precies zoals u wilde, toch?hotel

Vanwaar dit vreemde verhaal? Het gaat over hoe het Ministerie de zorgplicht van scholen heeft geregeld. Om een einde te maken aan het “leuren” met je kind, dient elke school je eerst aan te nemen en dan te gaan zoeken naar bijpassende zorg, ook als de school die zelf niet kan bieden. Heel vriendelijk bedacht in Den Haag, maar het werkt in de praktijk totaal niet. Vrijwel geen enkele school doet dit. Ook wel logisch, immers – of je moet een kind aannemen dat je eigenlijk niet ziet zitten (te veel gedoe, onrust in het team), of je moet een kind bij een andere school onderbrengen – werk waar je natuurlijk niet op zit te wachten.

Daarom stel ik, als oplossing, het VVV-model voor. Want de VVV – daar kun je gewoon terecht met je wensen en dan zoeken ze er een bijpassend hotel bij. Ze bellen ook nog voor je en dan kun je meteen terecht! Handig toch? Gôh zegt de hotelbeambte in Buenoventura, wat een slim idee! Ik wil ook zo’n VVV!

Waarom organiseren we de zorgplicht niet een stukje eenvoudiger en efficiënter? Niet bij een school inschrijven, maar gewoon bij het Samenwerkingsverband. Veel slimmer! In plaats van aanmelden bij een school, zou je je kind, als je daar aanleiding toe ziet als ouder, omdat de school van voorkeur er niet bij zit, of je al weet of vermoedt dat je kind zorg nodig gaat hebben, gewoon rechtstreeks bij het SWV moeten kunnen aanmelden. Dan gebeurt de aanmelding veel objectiever en deskundiger, omdat het SWV toch al het hele spectrum van zorgmogelijkheden in beeld heeft. Idee voor het Ministerie?

Geplaatst in Passend Onderwijs | Plaats een reactie