Onderwijs op andere locatie dan school

Het Ministerie van Onderwijs gaat de wet aanpassen. Ze vragen (tot 31 januari) reacties uit de samenleving. Dat noemenz ze “internetconsultatie” Hier mijn persoonlijke reactie:

L.S.,
Graag geef ik mijn persoonlijke reactie op uw wetsvoorstel.
Ik beperk me tot de groep thuiszitters, aangezien die groep de meeste aandacht behoeft.
Wiens probleem is het nu eigenlijk? Ik bemerk achter het wetsvoorstel een geschiedenis en een mentaliteit. Een geschiedenis omdat er nu, nu de wet Passend Onderwijs drie jaar van kracht is alom is gebleken dat er ondanks de goede intenties (die ik overigens onderschrijf) toch geen vooruitgang te bespeuren valt. Het aantal thuiszitters is nog steeds onverminderd hoog (ongeveer 15.000) en het veld komt maar moeizaam op gang. Het geeft toch te denken dat er bijvoorbeeld pas onlangs is bedacht om de registratie van de thuiszitters bij de Samenwerkingsverbanden ter hand te nemen. Dit bevreemdt mij, aangezien je bij het uitvaardigen van een wet toch van te voren moet nadenken over de vraag hoe je de gevolgen van die wet gaat meten. Het lijkt voor de hand te liggen, maar toch is dat niet gebeurd. Dat bevreemdt mij allereerst als burger, omdat er toch zoiets moet bestaan als “hoe wordt dit door de burgers opgebrachte belastinggeld verantwoord?”, een simpel principe dat de mensheid al vele eeuwen vooruitgang heeft gebracht. Het heeft er dus alle schijn van dat dit wetsvoorstel beoogt om het falen van de vorige wet, binnen de wet zelf, te repareren. Maar mij geeft dat geen vertrouwen. Er worden sterke restricties engel_clipped_rev_1gesteld aan het thuisonderwijs dat dan gegeven moet (kan) worden, en daar wordt uitdrukkelijk van te voren al een contrôleapparaat op ingesteld. Maar waarom was dat contrôleapparaat er dan niet meteen al? Had de politiek zoveel onbegrensd vertrouwen in de volgzaamheid van de scholen? Het moet haast wel zo geweest zijn…… en dat geeft te denken. Dat geeft bij mij als burger en als deskundige op het gebied van de thuiszittersproblematiek geen enkel vertrouwen. Er is een citaat dat aan Albert Einstein wordt toegeschreven:
“Je kunt een probleem niet oplossen op hetzelfde niveau als waarop het ontstaan is”
En dat geldt hier zeker.
Mentaliteit ​Want wat had het Ministerie, behalve dit wetsvoorstel, ook kunnen doen? Keuzemogelijkheden genoeg. Ik bedenk er een paar:
  • een peiling doen bij de betrokkenen, als opmaat voor een eventueel wetsvoorstel (en dan bedoel ik niet het onderzoek van Ecorys, dat was geen peiling. In de onderzoeksopzet was het wetsvoorstel al van te voren verdisconteerd. Wij hebben grote moeite moeten doen om de groep thuiszitters er überhaupt in te krijgen)
  • Discussies in het land opzetten, met als doel de veelzijdigheid aan leerbehoeften te peilen en het veld aan te zetten daar meer aandacht aan te besteden​
  • gezamenlijk gedragen regionale pilots opstarten om deze uitgevallen kinderen weer leerbaar te krijgen
  • deskundigheid die overal voorhanden is en nog niet is benaderd en ingezet, activeren en benutten
  • praten met ouders over hun kind (en de ouders dus serieus nemen)
  • zorg en onderwijs te combineren en obstakels hiervoor weg te nemen
  • meer aandacht aan preventie schenken: hoe komt het dat een kind uiteindelijk uitvalt? Hoe verlopen die processen? Heeft het strikte systeem daar misschien iets mee te maken? Een eventueel tekort aan kundigheid bij de leerkracht bestuderen? etc.
  • andere landen bezoeken om van te leren
  • andere sectoren bezoeken, zoals bv. de zorg en de politie. Grote kans dat daar vergelijkbare processen spelen
​Maar waar kiest het Ministerie voor? Men kiest voor de platgetreden paden van “meer van hetzelfde”. En dat is een aaneenschakeling van gemiste kansen. Nieuwe wetgeving moet de problemen rondom de vorige wet repareren. De boot moet koste wat kost worden gerepareerd dus lassen we het lek maar weer met een staalplaatje dicht. Er wordt een Facebookpagina opgezet om te communiceren over Passend Onderwijs. De vaak schrijnende gevallen rondom thuiszitters worden hier niet genoemd. Wel duikt er af en toe een succesverhaal op. Die zijn er zeker ook! Begrijp me niet verkeerd. Maar toch… lijkt dit niet vooral een etalage van de ideale voorstelling van zaken, vanuit de regering? Wiens brood men eet… Ik zie geen openheid, geen wil om andere wegen te zoeken, geen behoefte aan contact met de samenleving. Wel wordt een beeld gecreëerd: het gaat de goede kant op hoor! We zijn er nog niet maar we werken er hard aan met z’n allen! Ondertussen wordt er een strak contrôleapparaat opgetuigd voor de uitzonderingsgevallen, terwijl datzelfde contrôleapparaat niet hoeft te gelden voor het reguliere systeem. Waar wel de problemen ontstaan zijn. Dat is meten met 2 maten. Eigenlijk is het de bedoeling dat het thuisonderwijs dat deze kinderen zouden gaan ontvangen in de nieuwe constructie, een rechtstreekse kopie is van het systeem waarin de problemen zijn ontstaan. Hoe creëer je dan een veilig en stimulerend klimaat? Laat me een voorbeeld geven. Veel ouders vertellen mij, dat hun kind prima kan leren maar dat het gewoon niet tegen de drukte en chaos in de klas kan. Dan zou ik voorstellen deze kinderen binnen het schoolgebouw, of anders vlak in de buurt, in een rustige omgeving te plaatsen en gewoon door te laten gaan met leren. Probleem voor een deel van deze groep meteen opgelost! Of laat de ouders één of 2 dagdelen in de buurt zijn, als een kind daar beter van gaat leren prima toch? Probeer het eens aan te pakken daar waar het probleem werkelijk ligt. In dit voorbeeld heb je dan dus geen onderwijs thuis meer nodig. Daartoe moet je wel eerst in je mindset mee durven nemen dat ouders zinnige dingen over hun kind kunnen vertellen. Ook als ze er geen diploma voor hebben.

De beknellende wet De Leerplichtwet schrijft aan de ouders voor, dat deze hun kind naar school moeten sturen. Dat suggereert dat “leren” wordt gelijkgesteld aan schoolbezoek. Dat was toen al problematisch. Want we weten dat een kind meer leert buiten dan binnen school. Op een of andere manier is het beeld ontstaan dat het formele (schoolse) leren wel leren is terwijl het informele leren (leren terwijl je het niet merkt) wordt afgedaan en niet serieus genomen hoeft te worden. Maar nu, in onze huidige moderne samenleving is er een spanning ontstaan tussen het strak georganiseerde overheidsonderwijs en de leerbehoefte van vele groepen kinderen. ​​Het knelt. Vele groepen komen niet aan bod en vallen uit. Komt dat doordat er iets psychisch aan deze kinderen schort? Helpt het ver-psychiatriseren van deze kinderen? Nee, volgens mij en vele andere​n​ niet. De oude definities knellen, en tegelijk zijn we niet in staat de breedheid aa​n​ leerbehoeften af te dekken met dit systeem.

Niet een label maar een leerbehoefte Waarom worden kinderen die problemen vertonen (veroorzaken?) als psychiatrisch afwijkend bestempeld? Dat begrijp ik werkelijk niet. Wat meestal door de school wordt ervaren als problematisch gedrag (afwijkend, storend, kind heeft meer/andere begeleiding nodig en de reeds gegeven hulp (remedial teaching etc.) werkt niet) is meestal de trigger om een escalatie in gang te zetten. En dat begint dan met tests die vaak moeten uitwijzen dat er “iets” mankeert aan het kind. Dat is nogal makkelijk. Als je gaat zoeken vind je altijd wel iets. Zeker als je aan het werk gaat met de felbediscussieerde DSM-5 bijbel. Het kind als “de” oorzaak? De ouders worden daar dan slechts op informerende wijze (of helemaal niet) in meegenomen, laat staan dat ze worden geraadpleegd of dat hun benadering serieus wordt genomen. De route naar uitval is gestart. Wie heeft hier de regie? Het lijkt er sterk op dat de school hier een scenario naar doelbewuste uitval in gang zet. Op een of andere manier is het psychisch labelen daarin een vaak gelopen route. Wat is daarvan het voordeel? Wat ik vaak zo mis, is “de hand in eigen boezem”. Een school die genoeg zelfreflectie opbrengt om het probleem daar te houden waar het thuishoort: in en rond het leerproces van het kind. De enige vraag zou moeten zijn “Wat heeft dit kind nodig”. En kan de school daarin niet voor 100% dekkend zijn dan moet de school zelf net zo lang doorgaan totdat die passende plek is gevonden. Duidelijker kan niet. Dit is de geest van de Wet Passend onderwijs. Dus is niet de vraag aan de orde “Welk label heeft dit kind?” maar “Hoe brengen we dit leerbare kind tot leren?”. Dan moet je inderdaad dieper gaan graven dan het standaardmodel. Het ligt voor de hand hier de ouders intensief bij te betrekken, die kennen hun kind immers het beste. Het is zeer goed mogelijk om bij dat onderzoek, als het van toepassing is, ook psychische eigenschappen van het kind te betrekken. Je bent dan samen op zoek naar de best passende begeleiding. Die kan in sommige gevallen zeker (ook) van psychische aard zijn. Maar als eerste starten bij het labelen van een kind, dat is niet de juiste weg. Dat is de verkeerde weg.
Weg met dat zorgmodel Samenvattend concludeer ik, dat niet alleen het psychiatriseren van kinderen een verkeerde weg is, maar ook dat het bestempelen van kinderen met een afwijkende leerbehoefte als “zorg”-leerlingen niet handig is. Want je blijft dan in het medische model steken. Het reguliere onderwijs gaat uit van het “gemiddelde kind”.  En dat gemiddelde kind, dat bestaat niet. Er is grote variate in de leerbehoefte, leertempo, motivatie, interesses etc. van kinderen. De roep om gepersonaliseerd leren luidt steeds sterker. Op termijn gaat dat de kinderen die nu nog uitvallen helpen, maar voorlopig nog even niet. Kinderen die niet in het “gemiddelde” vallen bestempelen als uitzondering, gaat niet werken. We moeten niet leren omgaan met diversiteit, maar uitgaan van diversiteit. Dat is goed voor de kinderen en dat is goed voor de samenleving.
Mijn voorstel
Het is dan ook veel handiger om de samenleving te vragen om eens naar andere formuleringen van de wetten te zoeken. Dit pleit ervoor de  formulering van de wet (of de interpretatie, of uitleg) eigentijds te maken. Nou ben ik geen jurist, maar ik mag wel een voorstel doen, toch? Dat was de vraag tenslotte. Hier komt ie. Mijn voorstel voor een nieuwe interpretatie zou zijn:
De ouders worden verplicht, om in het kader van de ontwikkeling van hun kind, zorg te dragen voor goed onderwijs
Daarmee los je het probleem in 1 klap op. Je behoudt dan de mogelijkheid van een bredere diversiteit aan leermogelijkheden. Ouders die, tegen wil en dank, hun kind thuishouden omdat ze onderwijs niet nodig vinden, kunnen nog steeds worden vervolgd (volgens mij is dit echt maar een heel kleine groep, nog niet eens een paar procenten van de hele groep thuiszitters tot nu toe). Tegelijk stel je het huidige, overheidsbekostigde systeem niet ter discussie. Wel laat je de mogelijkheid open, om nieuwe scholen te starten op basis van een eigen pedagogisch/didactische visie. Dat stimuleer je dan via het wijzigen van artikel 23 (wat ook aan het gebeuren is). ​Uiteraard geldt voor die nieuwe scholen het bestaande toezichtskader.
​Eindconclusies:
  • zoek het in hernieuwde interpretaties van de wetten
  • betrek bestaande deskundigheid, en vooral de ouders
  • durf te experimenteren, en behoud daarbij draagvlak
  • soms werkt gezond verstand beter​
  • geef meer ruimte aan het opstarten van nieuwe scholen
  • behoud het bestaande toezichtskader
  • besteed meer aandacht aan het toezicht op de zorgplicht van de scholen

schreeuw_clipped_rev_1

Geplaatst in Thuiszitters | Plaats een reactie

Juf Kiet en ik

Ook ik ben de film gaan kijken. Velen waren me al voorgegaan en er stonden een aantal pittige commentaren in de vakbladen. Zelfs de dagbladen ontbraken niet. Enigszins belast door deze opinies, variërend van jubelende commentaren “deze juf gun je elk kind” tot scherpe afwijzingen van de pedagogische rechtlijnigheid “waarom ziet ze niet dat ze het zelf willen doen”…… toog ik naar het EYE. Een aantal opmerkingen.

De aanpak ven de film

Allereerst een 10, nee een 11 voor de makers. Uniek in velerlei opzichten: de keuze voor het perspectief van de kinderen. De keuze voor een aantal hoofdpersonen, die, onopgemerkt, hun eigen dramaverhaal aan het publiek konden laten zien. Door de montage kwamen de scènes steeds tot een zinnige dramatische lijn, knap hoor. De cameravoering: consequent op ooghoogte voor de kinderen, nooit hoger. Dat werkt! Deze sobere aanpak betaalt zich in klinkende munt uit. Zelden zo’n boeiend epos gezien, en dan nog wel over kinderen en zonder script! (Of dankzij?).

Hartverscheurend

Er zaten bloedstollende én hartverwarmende momenten in het verhaal. Ik viel meteen voor Jorj, die zich in het begin heerlijk clownesk gedroeg en mij dikwijls aan het lachen bracht. De klas ook trouwens. Daartegenover staat de martelgang die hij doormaakt. In gebrekkig Nederlands beschrijft hij hoe het was voor hem en zijn gezin: “boem!” en “Niet slapen, niet school”. Daar heeft hij overduidelijk nog steeds last van. Zijn hele lichaamstaal laat dat zien. Juf neemt hem keer op keer kwalijk dat hij zijn tijd niet gebruikt en straft hem daarvoor door hem zijn pauze te onthouden. Maar ze helpt hem niet met een leerstrategie: hij snapt het gewoon niet! (denk je als kijker…..) Ook Haja geeft en krijgt haar portie drama. Ze ontfermt zich over Lean, die 2 jaar jonger is en nieuwer in de klas. Dat zal Lean weten ook. Geen moment wijkt Haja van haar zijde, vooral niet als ze zelf dingen wil uitzoeken. Haia sleept haar letterlijk over het schoolplein en ze zal vooral dat doen wat deze juf-in- spé voor haar heeft bedacht. Zoekt Haia op deze nogal onelegante manier veiligheid in een soort van relatie? Reageert ze haar eigen frustraties (oorlog? vluchteling?) op haar klasgenootje af? Of imiteert ze het gedrag dat ze gewoon van huis uit heeft meegekregen?  Kom maar op met uw interpretaties. Dat maakt kijken meteen een riskante onderneming. Je vindt zo snel iets… maar is het waar? Wat we zien is dat Haia aan het einde van de film, na veel machtsspelletjes met juf, toch haar diploma krijgt en staat te stralen. De volgende scène zien we Lean opgetogen en vrolijk spelen met zelfgekozen vriendinnetjes, terwijl Haia op de rand van de zandbak een beetje triest zit te kijken. Ik zei het al, drama genoeg. Was dit de prijs die Haia moest betalen voor het winnen van de gunst van de juf? Of heeft de juf, onbewust of bedoeld, Haia verlost van een hechtingsprobleem? Voer voor psychologen.

Subcultuur

Deze juf ziet de kinderen niet “voor vol” aan, denk je meteen, dan zou ze veel meer aandacht hebben gehad voor de emotionele aspecten. Wij zien die emoties wel, door het oog van de camera. Niet serieus genomen worden? Geen luisterend oor? Regels. Ze moeten er maar mee dealen. We zien ook dat de kinderen, in het Arabisch, soms onderling afreageren op het régime… grapjes over haar maken, elkaar het ene moment steunen en het andere moment keihard afrekenen als de gunst van de juf moet worden afgedwongen. Een klassieke subcultuur, zoals je dat ook bij kostscholen ziet. Dit effect treedt nog harder op omdat er ook een taalkloof meespeelt. De kinderen hebben veel vrijheid, door de taal, om die subcultuur te laten bloeien. Maar de juf blijft onverbiddellijk: alles gebeurt in het Nederlands! Ook onderling. Basta. Ingewikkeld hoor…. Hier komt de traditionele tegenstelling tussen dominante cultuur, die de macht in handen heeft, en de subcultuur die enkel nog in sabotage (de timer die teruggezet wordt, hengelen naar antwoorden bij je medeleerling, keihard zeggen dat je iets niet hebt gedaan) of sarcastische humor zijn uitlaatklep vindt. Is dit in deze film schrijnend duidelijk geworden, omdat het verschil tussen de herkomst van deze kinderen en de dominante Nederlandse cultuur evident is, ook in “normale” Nederlandse schoolklassen zie je deze tweedeling. Is dat wat we willen? Kinderen die leren dat de samenleving een machtsstructuur kent, waarin bepaald gedrag wordt beloond en ander gedrag bestraft? Leren hoe het spel te spelen? Kiest u zelf even?

Het Grote Waarom

Waarom vult ze zo vaak in? En doet ze dat, zo weten wij als kijkers, uit de commentaren die de kinderen met elkaar uitwisselen, gewoon hardop verkeerd? Dat heb je zo met interpretaties waarom een broek met natte vlekken voor ongemak zorgt. “Nee juf” zou je willen roepen, net als bij de poppenkast van Jan Klaassen, “Nee ze wil niet dat u een andere broek zoekt. Ze wil dat u haar moeder belt. Mag dat, alstublieft?”  Nee dat mag niet, en, zo voegt ze er nog fijntjes aan toe, dat was ook al uitgelegd. Einde verhaal. Hartverscheurend. Toch komt er verderop in de film nog een keer een natte broek langs, en dan verloopt de verhaallijn totaal anders. Ook de juf toont zich hier menselijk, omdat ze ronduit vertelt dat ze haar koffie ook niet daar had moeten plaatsen.

Ze zeggen wel eens een school is een minisamenleving en dat is het ook.

Juf Kiet is een goede juf. Zelfs een erg goede juf. Althans, als je het bekijkt binnen het kader van een disciplinerend systeem, dat uit is op het gehoorzaam maken en in het gelid krijgen van opgroeiende kinderen. Zo hebben we dat in de 19de eeuw bedacht en we doen het nog steeds zo. Eeehm… u zei de 19de eeuw? Ja. Maar we leven nu in de 21ste eeuw? Ja. Dat scheelt toch 2 eeuwen? Eh ja. Inmiddels geloven nog maar weinig mensen binnen en buiten het onderwijs in de heilzame werking van deze filosofie die daarbuiten niets duldt en toelaat, maar op één of andere manier werkt het systeem. Kennisoverdracht sec is dan nog minder belangrijk dan die disciplinering. Want je moet kennis vergaren op de manier zoals juf het aangeeft. Er is geen ontsnappen mogelijk. Jezelf zijn is nicht im Frage. Of dit de kinderen nou echt voorbereidt op de toekomst? Het zal de kinderen zeker ergens op voorbereiden, maar ik denk niet op een toekomst waarin de 21st Century Skills de dienst gaan uitmaken. Dan moet je je onderwijs anders gaan organiseren. En kinderen anders aanspreken dan of ze de stok van de d wel kort of lang genoeg schrijven.

Bij juf Kiet doe je iets goed als het aan haar strikte normen beantwoordt. Nou ja, ook duidelijk toch? Alleen zij bepaalt wat goed is en wat niet. En dat zal je vele malen per schooldag horen. Ze werkt gewoon met het aloude straffen en belonen. Verdoe je je tijd? Dan op de gang. Heeft de d een te lange stok? Dan gaan we net zo lang door tot ie zo lang is als de juf het goeddunkt.

Waar ik me ook zo aan erger is dat alziend oog. De kinderen krijgen in tal van situaties niet de kans om zelf tot een oplossing te komen. Telkens moeten ruzietjes worden uitgeplozen onder het mom van ‘wie deed wat’ en dat smoort de kans op sociaal-emotionele ontwikkeling. Het continu ingrijpen. Het echt alleen maar als goed beoordelen van resultaten, niet van inzet. Zelfs als 3 meisjes haar toevertrouwen dat ze verliefd zijn op hetzelfde jongetje moet de juf er ook nog even opplakken dat zíj hem een leuke jongen vindt. Zelfs daar zijn de kinderen niet veilig. Want jufs oordeel moet er nog even tussen worden gepropt. Alsof wat de kinderen zelf vinden of voelen eigenlijk niet belangrijk is.

O ja dat kinnetje en dat “Kijk me aan als ik tegen je praat”. Vreselijk. Eén van de klassieke onhebbelijkheden van juffen. Communicatie wordt afgedwongen. Over spontaan sociaal gedrag heen wordt een machtsverhouding gelegd. Ze zullen het leren. Je zal weten wie er de baas is. Onder het mom van ‘respect tonen’. Maar goed ik heb nog veel meer ergernisjes, er is al genoeg kritische beschouwing geweest dus ik stop er even mee.

Aandacht voor herkomst

Waarom besteedt ze geen aandacht aan de herkomst van de kinderen? De Nederlandse cultuur wordt er ingeramd. Letterlijk. Dit zou totaal niet mijn stijl zijn. Ik zou ze uitnodigen om verhalen te vertellen over hun eigen leven. Is het de bedoeling dat de kinderen keurig netjes in het Nederlandse gareel gaan lopen? Waarom moet dat gepaard gaan met een systematische ontkenning van hun roots? Althans…. Het lijkt me toch dat als je daar geen enkele aandacht aan besteedt, je het ook wilt ontkennen. Of is het allemaal onbewust? We weten het niet. Dit vind ik echt het pijnlijkste van de film. Is het misschien bewust de bedoeling ze geen sociale band met elkaar aangaan? Dat ze elkaar niet mogen herkennen in hun leven en daar verbinding ervaren en energie uit putten? Dat dat leven misschien zelfs niet serieus genomen mag worden? Dat je ervaringen als mens, hoe jong ook, ook al ben je 6, er niet toe doen? We hebben in Nederland nogal een mechanisch beeld van socialisatie. Ook dat wordt gezien als een set aan vaardigheden die, heel academisch, systematisch en los van elkaar geleerd moeten worden. Op het schoolplein moeten de kinderen ineens vriendjes maken met de “gewone” kinderen. Onder leiding van de juf als het moet. Maar daarmee grijp je voortdurend in in het sociaal weefsel dat daar informeel ontstaat. Werkt dat? Het lijkt me erg kunstmatig en dus niet echt vanuit de wens van de kinderen zelf te komen. Maar ja………… misschien is de andere kant van de medaille wel dat je anders te veel bij je eigen clubje blijft plakken en dat dat dan weer niet goed gevonden wordt. Pfff… ingewikkeld! Wat zou de juf ervan denken? Vroeg of laat vult ze dat wel in… wees maar niet bang. Maar dan wel op haar leest geschoeid. En daar heb jij geen invloed op. Je bent nog maar een kind tenslotte!

De aanpak van de juf

Wat ik ijzersterk aan haar aanpak vind, is dat ze haar emoties professioneel inzet, met als bedoeling de kinderen te wijzen op wat er van hen gevraagd wordt, op de grenzen, het nog een keertje uit te leggen maar dan net even anders, dat ze veel geduld heeft en juist daar doorgaat waar het kind wil afhaken. Dat komt prachtig tot uitdrukking in de kostelijke scène als ze Jorj toch zo ver krijgt de tafel van 5 op te schrijven, en meteen… helemaal goed! Ze prijst hem daarvoor. Je ziet de glundering op zijn gezicht. Dat is natuurlijk het echte pedagogische inzicht: het is niet belangrijk dat hij het goed heeft, het is belangrijk dat hij beseft, dat hij het door eigen inzet (en met een beetje hulp) echt zelf kan! Dat zijn de gloriemomenten waar een leraar met al zijn skills naartoe wil werken en dat gun ik dan juf Kiet ook zo. Want ook zij heeft daar hard voor moeten werken, geloof dat maar. Dat vereist psychologisch inzicht en dat heeft ze. Je krijgt altijd nog die extra kans. Ze helpt hem, op haar eigen manier, door die moeilijke momenten heen. Als je laat zien dat je ervoor gaat, hoezeer ook binnen door haar geformuleerde strikte grenzen, dan zal ze je ook naar dat resultaat toehelpen. Ook heeft ze duidelijk het vermogen om in te schatten waar de zône van naaste ontwikkeling zit en wimpelt, met enige humor, de bezwaren van de kinderen weg met een “Ik weet wel dat je het kan dus ik verwacht het ook van je”. Een volwassene die in kinderen gelooft. Dat is wat waard!

En verder zie ik een persoonlijkheid staan, die volstrekt overtuigd is van haar aanpak. Dat geeft haar handelen een soort rust en continuïteit. Dat dit dan gepaard gaat met een kadaverdiscipline, tja daarvan kun je dan weer van alles vinden. Maar kijk daar eens doorheen en zie haar betrokkenheid bij de kinderen, het scherpe oog voor hun ontwikkelingsmomenten, het geduld, de uitdaginkjes die ze hen geeft opdat ze steeds weer dat stapje verder komen…. Het zou zo maar kunnen dat die combinatie van zelfvertrouwen, een eigen pedagogische aanpak en professioneel omgaan met de ontwikkeling van deze kinderen een basis biedt die hen een gevoel van veiligheid en zekerheid geeft die hen – uiteindelijk – goed doet. Ik weet het gewoon niet maar oordelen is meestal makkelijker dan twijfel toelaten. Hier laat ik twijfel toe. Alleen zou ik zeker niet, als ik jonge kinderen had, voor Juf Kiet kiezen, maar dat ligt veel meer aan mijn opvattingen over ons huidige onderwijssysteem dan aan haar.

Conclusie

De conclusie is, dat ik eigenlijk in verwarring ben achtergebleven. Want hoe versimpeld, en soms ronduit bot, het strakke régime van deze juf ook is, hoe veel leed ze niet kon zien of wilde zien, haar wil eenzijdig oplegde, controle op het hele proces uitoefende, en hoe ouderwets haar pedagogiek ook aandeed, op één of andere manier heb ik niet het gevoel dat dit de kinderen nou echt heeft beschadigd, hoezeer haar aanpak me regelmatig tegenstond. Ieder zijn aanpak tenslotte. En ik vraag me echt af waar hem dat in zit. Commentaren noemen haar aanpak ‘liefdevol’.  Tja… ik zelf versta daar toch iets anders onder. Maar misschien is die combi die ik daarnet noemde wel het geheime elixer. Er is een commentaar van een leraar die jarenlang met vluchtelingenkinderen en andere getraumatiseerde kinderen heeft gewerkt, en zijn oordeel heeft daarin vast en zeker meer waarde. In deze blog geef ik dan ook slechts mijn eigen indrukken weer. Nuances zullen het ook hier gaan winnen.

En misschien is dat wel een mooi einde aan een blog van iemand die veel van juf Kiet geleerd heeft. Anders dat ik dacht!

Ik raad iedereen die met kinderen werkt of gaat werken deze film zeer aan. Houd blocnote en papier gereed want er gebeurt ontzettend veel leerzaams.

P.s.1. nog een hilarische samenloop: De juf dreunt op “We zijn allemaal anders en dat is goed”. Op een toon waarop de kinderen dit natuurlijk moeten nadreunen. Probeer dat zelf maar eens na te dreunen. Heel lang-zaam-en-na-druk-ke-lijk. Daarna zegt ze: “Nu gaan we allemaal staan”.  Voelt u hem?

P.s.2. Een scène die door merg en been gaat, en waarin Juf Kiet zich van haar mooiste kant laat zien, is die met de spiegel en de bloem. Dat vergeet je niet! (Ik verklap niks).

Geplaatst in Education 2.0 | Plaats een reactie

Vakkennis afschaffen? En wat dan?

Leerkrachten en leraren binnen het funderend onderwijs ontlenen hun beroepsidentiteit aan hun vakkennis. 9 Van de 10 zullen op de vraag “Wat kun jij heel goed?” onmiddellijk zeggen: “Lesgeven!”. In deze speech, na het onderwijsevent “Reinvent the Way we Work and Learn” heb ik jullie een beetje willen uitdagen.

Toch zijn er heel veel extra vaardigheden nodig om tot dat lesgeven te komen. Je moet de klas bij elkaar houden. Orde handhaven. Kinderen motiveren. Ook individuele kinderen te woord staan. De dynamiek in de groep bespelen. Samen een proces doormaken. Inspireren. Corrigeren. De weg wijzen. De link met de buitenwereld leggen. Dat ene vonkje in de ogen van dat zorgenkind zien. Bevestigen. Erkennen. Soms ook je ongelijk toegeven, kwestbaarheid tonen. Openstaan, zodat de relatie met de kids verdiept. Respect afdwingen, om het te kunnen oogsten. Soms een debat organiseren zodat meningen kunnen worden geuit (zonder mekaar de hersens in te slaan haha). Om nog maar te zwijgen van al die ouders, het team, de feestjes, al die brieven uit Den Haag, uitspraken van politici of we even het diversiteitsprobleem, het terrorisme of een ander probleem X in de klas willen behandelen. Zullen we het nog maar even niet over werkdruk hebben dan? Precies.

Je klas is een minisamenleving. Met al het boeiende en veeleisende dat daarbij hoort. En dan moet je geloof ik ook nog lesgeven….? Ja daar ben je voor ingehuurd. Maar bekijk het eens breder. Naast dat lesgeven beteken je zo veel meer, en dat heeft op zichzelf ook veel waarde.

Toch wil ik een stap verder met je gaan. Beetje uit de comfortzone stappen. Want er is iets aan de hand dat dwingt tot nadenken. Het oude ideaal van onderwijs is: kennisoverdracht. En kennisoverdracht veronderstelt één autoriteit die beslist welke kennis belangrijk is. Autoritair! Dat stel ik ter discussie. Ik kijk om me heen en zie dat kennis overal voorhanden is. Als je daar serieus mee aan de slag gaat, dan verschrompelt het idee van “exclusieve kennis”. En dat is maar goed ook. Dit is de wereld van vandaag. Het onderwijs moet in die dynamiek zijn positie herzien. Je krijgt concurrentie. Inhoud en leerproces komen verder uit elkaar te liggen. Betekenis is het nieuwe woord: niet meer een vastgesteld pakketje aan door derden bedachte kennis, maar kennis die je in de loop van je leven verzamelt en tot een zinvol en bruikbaar geheel smeedt, zodat je later in je werkzame leven daar iets aan gaat hebben. Dat voor elkaar krijgen is de taak van elke leerling. Eigenaarschap! Heb je daar leraren bij nodig? Nogal ja!! You bet zijn ze nodig!! Meer dan ooit! Maar dat daagt je wel uit om je rol als leraar opnieuw te bekijken: van kennisinhoud naar kennisproductie. Je wordt veel meer een didacticus/pedagoog. En ik denk dan, dat dit winst is. Hoe gaaf is het niet, als je de leerling, los van het onderwerp, leert om te onderzoeken, ontdekken en in dat proces zelf kennis te vergaren, organiseren en tot een betekenisvol eindresultaat te leiden? En in dat proces van zelf kennis vergaren zelfkennis te vergaren. Wat een uitdagingen zal die leerling dan ontmoeten! Wat een vormende werking zal dit hebben op de persoonlijkheid en ambities (kijk maar naar de docu van Inge Spaander: Valt hier nog wat te leren?) Volgens mij veel meer dan enkel maar zorgen dat ie dat cijfer haalt, toch? Zou dat niet veel meer opleveren aan skills dan enkel het reproduceren van kennis die in jouw hoofd zit? De 21st Century Skills liegen er niet om, die gaan inderdaad dit pad op. Dat gaat veel verder dan wat jij weet aan inhoudskennis. Dat kun je niet meer opvullen daarmee. Is dat erg?

Denkoefening

Ik daag je uit om jezelf de volgende vragen te stellen:

  • wat zou mijn werk inhouden als ik de vakkennis er uit trek?
  • Wat zou er overblijven?
  • Zou dat zinvol zijn?
  • Kan ik die vakkennis op een andere manier opvullen, van buitenaf? Door iemand in te huren, door mijn netwerk, door op Internet te zoeken naar alternatieven?
  • Of door de leerlingen er zelf mee aan het werk te zetten?
  • Hoe kan ik, op basis van mijn waarden, mijn vak opnieuw invulling geven?

Wat ik eigenlijk hoop, is dat je wat losser gaat denken over die “oude” beroepsidentiteit van dat kennisinhoudelijke lesgeven. De filmpjes met uitleg (flipping the classroom) op Internet waar duizenden leerlingen naar kijken. Dat doen ze niet voor niks. Ik snap dat dit pijnlijk kan zijn, omdat je daarmee moet toegeven dat er ergens in de wereld een andere leraar is die de stof (sorry!!!!!!) toch beter kan uitleggen dan jij. Zou je dat onthouden aan je leerlingen? Dat zou een zinloze exercitie zijn want ze hebben dat filmpje allang gevonden en in ongeveer 5 minuten weet de hele schoolpopulatie dat filmpje te vinden. **slik** Dat is dan misschien een ticket voor een burnout maar dat geloof ik helemaal niet. Burnout ontstaat juist als je jarenlang vasthoudt aan praktijken waar je maar niet los van wilt komen, terwijl de wereld om je heen constant verandert (als je hier anders over denkt prima maar dit is dan mijn mening, no offence). Juist als je je openstelt voor je leerlingen en de (deels nieuwe) wegen die zij vinden, zullen ze je meer waarderen dat weet ik zeker. En je gaat ook meer met ze samenwerken. Vraag eens aan ze wat ze het meest in jou waarderen. Durf je dat? Soms zal dat inderdaad jouw kwaliteit van uitleg zijn, maar veel vaker gaat het om andere zaken, zoals je enthousiasme, je betrokkenheid, je geduld als het even niet lukt, de second chance, het feit dat je ze ziet staan. Je menselijkheid.

Geniet daarvan! En… zoek samen met je klas waar zij het meest aan hebben om op te stomen naar dat examen. Je zult verbaasd staan over hun inventiviteit!

 

P.s. Maar misschien heb ik het thema al te veel ingevuld en kom je zelf met een ander gedachtenspoor…. Graag!

 

 

 

Geplaatst in Education 2.0 | Plaats een reactie

Passend Onderwijs: groepen niet in beeld

De gedachte achter de wet Passend Onderwijs is, dat als een leerling niet mee kan komen, deze met extra zorg toch kan blijven functioneren. Dat is een prima gedachte, niks mis mee. Maar ons onderwijssysteem stelt allerlei eisen aan kinderen. Het is best complex voor een kind om er in te blijven passen. Dat gaat lang niet altijd zomaar. De filosofie van het Passend Onderwijs is heel simpel: of je loopt mee (groep 1), dan heb je geen zorg nodig. Of je… eehm hebt zorg nodig. Dan ben je groep 2. Tezamen vormen ze de hele populatie.

Groep 1 + groep 2 (zorg) = de totale groep

Helaas…… er is nog een derde groep: kinderen die niet passen, maar niet geholpen zijn met zorg. Die groep is in dit systeem onzichtbaar maar valt wel uit. Ik noem enkele patronen die wij vaak tegenkomen:

  • een kind dat niet goed tegen alle prikkels kan. Drukte, lawaai, plotselinge wisselingen van leerkracht, uitval van lessen etc. Of zo’n kind nou wel of niet een label heeft, ondersteuning is vaak onvoldoende
  • kinderen met een niet in het systeem passende leerstijl. Ik noem ze “zelflerende kinderen”. Vaak lopen ze voor, en nemen ze eigen initiatief. Dat wordt dan niet gewaardeerd

Je krijgt dan een andere formule:

groep 1 + groep 2 (zorg) + restgroepen (niet duidelijk in beeld) = totale groep

In die restgroepen zit de grootste pijn. Deze groepen kinderen kunnen niet geholpen worden met de zorg die een school kan leveren. Sterker nog: ze zijn niet eens in beeld. Je moet dan buiten de kaders gaan denken en dat vinden scholen erg lastig. De prikkelgevoelige kinderen zijn vaak geholpen, zo zeggen de ouders, met minder schoolbezoek, intensieve begeleiding door de ouders zelf, en gedeeltelijk thuis leren (of op een andere plek waar het rustig is). De zelflerende kinderen kunnen in dit systeem van “iedereen hetzelfde tempo” eigenlijk niet geholpen worden. Sterker nog, het woord “zorg” past hier niet. Het gaat hier om een andere manier van leren. Daar hebben de meeste mensen in het onderwijs niet voor geleerd. Ze zien het vaak niet eens. Deze kinderen duiken onder in onderpresteren, of gaan clownesk gedrag vertonen. En worden daarop afgerekend, terwijl de oorzaak niet wordt gezien.

Probleem is: als je niet kijkt dan lijkt het of het niet bestaat. Dat is fnuikend, omdat deze kinderen soms jarenlang met tegenzin naar school gaan. Ouders doen hun uiterste best om ze toch maar naar die school te duwen en voelen zich schuldig omdat hun kind duidelijke signalen afgeeft. En omdat er geen structureel platform bestaat om dergelijke zaken bespreekbaar te maken tussen ouders en school, ontbreekt ook de basis om het probleem te onderkennen. Het probleem woekert voort en komt in een te laat stadium aan de oppervlakte. Veel schade is dan al aangericht.

Geplaatst in Thuiszitters | Plaats een reactie