Mijn nieuwe paradigma

Even een statement diep vanuit mijn hart.

Samenvatting: We hebben alles op orde, nu kunnen we werken aan geluk voor iedereen

We komen nog uit een tijd dat we hard moesten werken om een centje te verdienen. En wat hebben we daarvoor gekregen? Eén van de meest welvarende landen ter wereld. We verdrinken bijna in de luxe. 4 Generaties geleden hadden mijn overgrootouders nog geen aansluiting op waterleiding en riolering. Ze hadden een eigen moestuin. Via waterleiding, riool, kolenkachels, aardgas, nieuwe woningen van beton (zonder tuin), lavet (1x per week schrobben), zijn we doorgegroeid naar CV, elke dag douchen, iedereen een fiets, 1 à 2 auto’s, 4x per jaar op vakantie, nieuwe keuken, weer een nieuwe keuken, leuke aanbouw, had ik al fiets gezegd? Elektrische fiets, elke week uit eten, keuze uit 4000 pretparken, kortom het kan niet op.
Ondertussen heeft de rijkste 1% van de wereld een vermogen waar je 1000 aardes op kunt laten lopen, helaas kunnen ze dat niet anders zouden ze het nog doen ook, en de andere 99% moet maar blijven geloven in “zonder werken geen geld en dus geen leven”. Pikken we dat nog? Dan zijn we domme schapen.
We zijn dus opgegroeid met het in steen gebeitelde geloof:

ALLEEN MET HARD WERKEN HEB JE RECHT VAN BESTAAN.kindmetbanjo_clipped_rev_1

En dat geloof is niet meer nodig.
En nu kom ik op ons onderwijs: we hoeven echt niet meer te werken om een normaal bestaan te kunnen leiden. We hoeven kinderen echt niet meer op te hokken in standaardklassen met standaardprogramma’s voor standaarddiploma’s waar je straks wenig meer mee kunt. Iedereen presteert onder. 2 Eeuwen geleden gold dit nog, toen ons onderwijssysteem werd ontwikkeld. Maar nu niet meer. We hebben een ander paradigma nodig. Precies zoals Steven Spielberg het zegt. We kunnen nu onze dromen realiseren! Geven we onze kinderen nog steeds mee dat ze eerst nog heel veel MOETEN en dan pas meetellen? Want dat is wat we doen op onze scholen, alle goede bedoelingen van de (hardwerkende) leraren ten spijt. We leven in overvloedige welvaart (pleonasme?). Materieel ontbreekt ons niets. En dus kunnen we nu onze echte dromen gaan realiseren! Dat is de boodschap die ik mee zou willen geven aan onze kinderen. Werk aan de wereld! Maak de wereld een stukje mooier! Want dat is het mooiste dat je kunt doen.
Juist kinderen begrijpen dit.

Geplaatst in Education 2.0 | Plaats een reactie

Mijn schoolervaringen als HSP-er en paranormaal begaafde

Een gastblog van Nina Platvoet, ervaringsdeskundige op het gebied van schooluitval en thuiszitters

Steeds als ik al de verhalen lees op deze pagina bekijk ik het door mijn ogen als
ervaringsdeskundige. Ik ben namelijk ook “zo’n kind” (geweest). Als dochter
van een suïcidale manisch-depressieve, schizofrene en alcoholistische vader
was mijn thuissituatie verre van veilig. Mij vader was onberekenbaar en
onbetrouwbaar, hoewel ik dat als jong kind niet echt kon bevatten. Mijn
spirituele HSP-moeder had het zwaar en was vooral druk bezig met zichzelf en
met haar hoofd boven water te houden.
Toen ik 10 jaar was ontplofte de bom. Mijn moeder pakte onze koffers en we
vluchtten ons huis uit omdat mijn vader niet alleen een gevaar werd voor
zichzelf, maar ook voor mij, mijn moeder en mijn zusje.
Dit alles had een grote impact om mijn prestaties en welbevinden op school.
Maar het begon eigenlijk al toen ik als 4-jarige naar school moest. Ik was altijd
uitzonderlijk vrolijk en levenslustig. Maar plots veranderde ik in een
zenuwachtig en schuchter kind. Het stralende was ervan af. Ik kon niet tegen
de regels en de autoritaire juf en werd al snel ziek. Mijn moeder hield me thuis
en de juf kwam praten. Uiteindelijk ben ik weer naar school gegaan, maar het is
nooit “goed” gekomen.
Nu weet ik dat ik hoog sensitief was (en ben) en dat ik helderziende
waarnemingen had die mij behoorlijk angstig maakten omdat ik ze niet kon
plaatsen. Toen ik oud genoeg was om het te verwoorden kon zelfs mijn moeder
er niet echt iets mee.
Op de basisschool bleef mijn angst voor leraren. Voor de macht die ze hadden
(zo ervaarde ik het) om mij dingen te laten doen die ik niet wilde. Ik kon niet
tegen het onder druk presteren. In de (toen nog) tweede klas kreeg ik
nachtmerries van de schrijfoefeningen omdat zaken als de “oe’s” en “au’s”
omdraaide en de juf duidelijk liet merken dat ze dat maar dom vond. En er
dikke strepen doorheen zette. Tot aan de derde klas liep ik steeds voor met
rekenen. En toen ineens lukte het niet meer. En raakte ik juist achter. Dat
ervaarde ik als een enorme teleurstelling in mijzelf.
De leraren waren onbetrouwbaar voor mij omdat ik voelde dat ze andere
dingen zeiden dan dat ze dachten. Nu weet ik dat ik in hun ziel kon kijken en
zag wie ze werkelijk waren. En ik zag en voelde hun pijn en verdriet. Hun
gedrag en uitingen kwamen daar eigenlijk nooit mee overeen. Dit heb ik al zeer
verwarrend ervaren. De buitenwereld was voor mij een gevaarlijke plek. Dit
legde een enorme druk op het leren. Omdat ik gevoelig was om het “goed” te
doen ging ik mijn best doen. Ik weet nog dat ik als 6-jarige begon met het
“pleasen” van de ander. Om goedkeuring te krijgen en gewaardeerd te worden.
De grondslag hiervan lag in mijn eigen aanleg, maar zeker ook bij het omgaan
met mijn vader (even goed kijken en aanvoelen hoe zijn pet staat om geen nare
reacties te krijgen).
Door de privé- situatie had ik het erg moeilijk op de middelbare school. Mijn
ouders waren in een scheiding verwikkeld, maar mijn vader was nog steeds in
beeld. Hij stalkte ons en heeft fysiek geweld gebruikt tegen mijn moeder waar
mijn zusje en ik bij waren. Dat duurde een paar jaar en daarna kwam hij
regelmatig “gewoon” bij ons thuis op bezoek. Maar de situatie bleef ongezond
en gespannen. Ook kwamen er regelmatig familieleden op bezoek die allerlei
problemen met zich meebrachten. Er was letterlijk en figuurlijk te weinig
ruimte voor mij. Achteraf vind ik het best vreemd dat er geen enkele leerkracht
aan mij gevraagd heeft hoe het ging. Want ze waren wel op de hoogte van hoe
het er thuis voor stond omdat mijn moeder ze had ingelicht.
Vooral de sociale omgang was voor mij erg lastig. Ik begreep de “groffe” wereld
nog steeds niet. Mijn angst voor leraren bleef, maar ik had tegelijkertijd
medelijden met ze als mijn klasgenoten over hen heen liepen en er een potje
van maakten. Op mijn 16 e kreeg ik depressieve gevoelens en begon ik Anorexia
te ontwikkelen. Ik kreeg angst om over straat te gaan en naar school te gaan.
Voelde mij lelijk, minderwaardig en dom. Toch wist ik dat thuis zitten geen
optie was omdat het dan voor mij alleen maar moeilijker zou worden om weer
naar school te gaan. En ik wílde studeren en een goede baan. Ik wilde niet zoals
mijn moeder financieel afhankelijk zijn, in de bijstand zitten zonder diploma en
met weinig kans op werk.
Uiteindelijk (gezien mijn gevoelens t.o.v. leraren een bijzondere keuze) koos ik
voor de lerarenopleiding. De vakken Gezondheidskunde en Biologie. Ik weet
nog het moment dat ik mij realiseerde dat ik mijn “natuurlijke intuïtieve” leren
losliet en het “verwachte” leren ging toepassen, terwijl ik wist dat het me veel
meer weerstand opleverde. Nu heb ik het vermoeden dat ik dat toch bewust
heb gedaan om het pad te volgen naar datgene waar ik bijna aan toe ben: het
opzetten van een spirituele school voor (hoog gevoelige) kinderen.
Dat is de rode lijn in mijn leven. Omdat ik ervaringsdeskundige ben heb ik
ervaren hoe het is om in het reguliere onderwijssysteem te moeten
“overleven”. Hoe het over macht gaat en niet over het echt welbevinden van
de leerlingen. Dat heb ik later als docent ook gevoeld. Totdat ik erachter kwam
dat ik haast verplicht werd het spel mee te spelen en ik voelde dat ik een acteur
was in een slecht toneelstuk! Ik kon het niet meer verantwoorden naar mezelf
en naar de leerlingen. De druk bij de leerlingen is groot, maar de pressie die er
uitgeoefend wordt op leraren valt ook niet te ontkennen. Het wordt niet echt
uitgesproken, maar is duidelijk voelbaar. O wee als je ziek bent. O wee als de
resultaten van jouw leerlingen onder de maat zijn. O wee als je de
absentieregistratie niet goed hebt bijgehouden. O wee als je er “teveel”
leerlingen hebt uitgestuurd, o wee, o wee……
Ik weet dat ik kinderen en hun ouders veel te bieden heb. Het onderwijs was
voor mij een harde leerschool op vele manieren. Nu heb ik er mijn les geleerd
en mag gaan doen wat écht bij mij past. Vanuit mijn authentieke zelf. Inmiddels
ben ik het “held” willen zijn ontstegen. Ik weet heel goed dat het hulpverleners
syndroom een valkuil is met een verleden zoals ik gehad heb. Dat ik kinderen
niet zozeer hoef te “redden”. Want het lijden van kinderen raakt mij omdat het
mijzelf pijn doet. Omdat het mij herinnert aan mijn eigen geleden pijn. Dat is bij
veel ouders zo. Het gaat meestal eigenlijk om het redden van (het kind in)
zichzelf. En daar ben ik nu mee bezig. Om mijn laatste pijnstukken van mijn
kindertijd te helen. Zodat het mij niet meer in de weg zit bij het ondersteunen
van kinderen en volwassenen.
Ik zie het zo: ik heb alles moeten ervaren om te kunnen doen wat ik voel dat
mijn zielsopdracht is. In dat licht kan ik nu dankbaar zijn voor alle ervaringen
die ik gehad heb. Ook al is het pijnlijk en verdrietig. Het is mijn weg en mijn weg
was nodig en het is goed zo. Ieder heeft zijn eigen proces en inzicht en begrip
daarvan is enorm helend.
Kinderen hebben naar mijn idee vooral begeleiding nodig. Om bij zichzelf te
blijven en in hun kracht te blijven staan. Om te leren hoe ze met zichzelf en hun
omgeving om kunnen gaan. Om zelfvertrouwen te krijgen en/ of te houden.
Niet hoe ze problemen kunnen voorkomen, maar hoe ze het vertrouwen
kunnen krijgen en houden om problemen het hoofd te kunnen bieden. Inzicht
te krijgen in hun passie en hun rol op deze aardbol. Om een zelfstandig
denkend en voelend wezen te zijn en eigen keuzes te kunnen maken. Om een
levenskunstenaar te worden en de wereld te dienen door te zijn wie ze zijn.
Hun ware zelf.

Geplaatst in Hoogbegaafd en Onderwijs, Passend Onderwijs, Thuiszitters | Plaats een reactie

Onderwijs op andere locatie dan school

Het Ministerie van Onderwijs gaat de wet aanpassen. Ze vragen (tot 31 januari) reacties uit de samenleving. Dat noemenz ze “internetconsultatie” Hier mijn persoonlijke reactie:

L.S.,
Graag geef ik mijn persoonlijke reactie op uw wetsvoorstel.
Ik beperk me tot de groep thuiszitters, aangezien die groep de meeste aandacht behoeft.
Wiens probleem is het nu eigenlijk? Ik bemerk achter het wetsvoorstel een geschiedenis en een mentaliteit. Een geschiedenis omdat er nu, nu de wet Passend Onderwijs drie jaar van kracht is alom is gebleken dat er ondanks de goede intenties (die ik overigens onderschrijf) toch geen vooruitgang te bespeuren valt. Het aantal thuiszitters is nog steeds onverminderd hoog (ongeveer 15.000) en het veld komt maar moeizaam op gang. Het geeft toch te denken dat er bijvoorbeeld pas onlangs is bedacht om de registratie van de thuiszitters bij de Samenwerkingsverbanden ter hand te nemen. Dit bevreemdt mij, aangezien je bij het uitvaardigen van een wet toch van te voren moet nadenken over de vraag hoe je de gevolgen van die wet gaat meten. Het lijkt voor de hand te liggen, maar toch is dat niet gebeurd. Dat bevreemdt mij allereerst als burger, omdat er toch zoiets moet bestaan als “hoe wordt dit door de burgers opgebrachte belastinggeld verantwoord?”, een simpel principe dat de mensheid al vele eeuwen vooruitgang heeft gebracht. Het heeft er dus alle schijn van dat dit wetsvoorstel beoogt om het falen van de vorige wet, binnen de wet zelf, te repareren. Maar mij geeft dat geen vertrouwen. Er worden sterke restricties engel_clipped_rev_1gesteld aan het thuisonderwijs dat dan gegeven moet (kan) worden, en daar wordt uitdrukkelijk van te voren al een contrôleapparaat op ingesteld. Maar waarom was dat contrôleapparaat er dan niet meteen al? Had de politiek zoveel onbegrensd vertrouwen in de volgzaamheid van de scholen? Het moet haast wel zo geweest zijn…… en dat geeft te denken. Dat geeft bij mij als burger en als deskundige op het gebied van de thuiszittersproblematiek geen enkel vertrouwen. Er is een citaat dat aan Albert Einstein wordt toegeschreven:
“Je kunt een probleem niet oplossen op hetzelfde niveau als waarop het ontstaan is”
En dat geldt hier zeker.
Mentaliteit ​Want wat had het Ministerie, behalve dit wetsvoorstel, ook kunnen doen? Keuzemogelijkheden genoeg. Ik bedenk er een paar:
  • een peiling doen bij de betrokkenen, als opmaat voor een eventueel wetsvoorstel (en dan bedoel ik niet het onderzoek van Ecorys, dat was geen peiling. In de onderzoeksopzet was het wetsvoorstel al van te voren verdisconteerd. Wij hebben grote moeite moeten doen om de groep thuiszitters er überhaupt in te krijgen)
  • Discussies in het land opzetten, met als doel de veelzijdigheid aan leerbehoeften te peilen en het veld aan te zetten daar meer aandacht aan te besteden​
  • gezamenlijk gedragen regionale pilots opstarten om deze uitgevallen kinderen weer leerbaar te krijgen
  • deskundigheid die overal voorhanden is en nog niet is benaderd en ingezet, activeren en benutten
  • praten met ouders over hun kind (en de ouders dus serieus nemen)
  • zorg en onderwijs te combineren en obstakels hiervoor weg te nemen
  • meer aandacht aan preventie schenken: hoe komt het dat een kind uiteindelijk uitvalt? Hoe verlopen die processen? Heeft het strikte systeem daar misschien iets mee te maken? Een eventueel tekort aan kundigheid bij de leerkracht bestuderen? etc.
  • andere landen bezoeken om van te leren
  • andere sectoren bezoeken, zoals bv. de zorg en de politie. Grote kans dat daar vergelijkbare processen spelen
​Maar waar kiest het Ministerie voor? Men kiest voor de platgetreden paden van “meer van hetzelfde”. En dat is een aaneenschakeling van gemiste kansen. Nieuwe wetgeving moet de problemen rondom de vorige wet repareren. De boot moet koste wat kost worden gerepareerd dus lassen we het lek maar weer met een staalplaatje dicht. Er wordt een Facebookpagina opgezet om te communiceren over Passend Onderwijs. De vaak schrijnende gevallen rondom thuiszitters worden hier niet genoemd. Wel duikt er af en toe een succesverhaal op. Die zijn er zeker ook! Begrijp me niet verkeerd. Maar toch… lijkt dit niet vooral een etalage van de ideale voorstelling van zaken, vanuit de regering? Wiens brood men eet… Ik zie geen openheid, geen wil om andere wegen te zoeken, geen behoefte aan contact met de samenleving. Wel wordt een beeld gecreëerd: het gaat de goede kant op hoor! We zijn er nog niet maar we werken er hard aan met z’n allen! Ondertussen wordt er een strak contrôleapparaat opgetuigd voor de uitzonderingsgevallen, terwijl datzelfde contrôleapparaat niet hoeft te gelden voor het reguliere systeem. Waar wel de problemen ontstaan zijn. Dat is meten met 2 maten. Eigenlijk is het de bedoeling dat het thuisonderwijs dat deze kinderen zouden gaan ontvangen in de nieuwe constructie, een rechtstreekse kopie is van het systeem waarin de problemen zijn ontstaan. Hoe creëer je dan een veilig en stimulerend klimaat? Laat me een voorbeeld geven. Veel ouders vertellen mij, dat hun kind prima kan leren maar dat het gewoon niet tegen de drukte en chaos in de klas kan. Dan zou ik voorstellen deze kinderen binnen het schoolgebouw, of anders vlak in de buurt, in een rustige omgeving te plaatsen en gewoon door te laten gaan met leren. Probleem voor een deel van deze groep meteen opgelost! Of laat de ouders één of 2 dagdelen in de buurt zijn, als een kind daar beter van gaat leren prima toch? Probeer het eens aan te pakken daar waar het probleem werkelijk ligt. In dit voorbeeld heb je dan dus geen onderwijs thuis meer nodig. Daartoe moet je wel eerst in je mindset mee durven nemen dat ouders zinnige dingen over hun kind kunnen vertellen. Ook als ze er geen diploma voor hebben.

De beknellende wet De Leerplichtwet schrijft aan de ouders voor, dat deze hun kind naar school moeten sturen. Dat suggereert dat “leren” wordt gelijkgesteld aan schoolbezoek. Dat was toen al problematisch. Want we weten dat een kind meer leert buiten dan binnen school. Op een of andere manier is het beeld ontstaan dat het formele (schoolse) leren wel leren is terwijl het informele leren (leren terwijl je het niet merkt) wordt afgedaan en niet serieus genomen hoeft te worden. Maar nu, in onze huidige moderne samenleving is er een spanning ontstaan tussen het strak georganiseerde overheidsonderwijs en de leerbehoefte van vele groepen kinderen. ​​Het knelt. Vele groepen komen niet aan bod en vallen uit. Komt dat doordat er iets psychisch aan deze kinderen schort? Helpt het ver-psychiatriseren van deze kinderen? Nee, volgens mij en vele andere​n​ niet. De oude definities knellen, en tegelijk zijn we niet in staat de breedheid aa​n​ leerbehoeften af te dekken met dit systeem.

Niet een label maar een leerbehoefte Waarom worden kinderen die problemen vertonen (veroorzaken?) als psychiatrisch afwijkend bestempeld? Dat begrijp ik werkelijk niet. Wat meestal door de school wordt ervaren als problematisch gedrag (afwijkend, storend, kind heeft meer/andere begeleiding nodig en de reeds gegeven hulp (remedial teaching etc.) werkt niet) is meestal de trigger om een escalatie in gang te zetten. En dat begint dan met tests die vaak moeten uitwijzen dat er “iets” mankeert aan het kind. Dat is nogal makkelijk. Als je gaat zoeken vind je altijd wel iets. Zeker als je aan het werk gaat met de felbediscussieerde DSM-5 bijbel. Het kind als “de” oorzaak? De ouders worden daar dan slechts op informerende wijze (of helemaal niet) in meegenomen, laat staan dat ze worden geraadpleegd of dat hun benadering serieus wordt genomen. De route naar uitval is gestart. Wie heeft hier de regie? Het lijkt er sterk op dat de school hier een scenario naar doelbewuste uitval in gang zet. Op een of andere manier is het psychisch labelen daarin een vaak gelopen route. Wat is daarvan het voordeel? Wat ik vaak zo mis, is “de hand in eigen boezem”. Een school die genoeg zelfreflectie opbrengt om het probleem daar te houden waar het thuishoort: in en rond het leerproces van het kind. De enige vraag zou moeten zijn “Wat heeft dit kind nodig”. En kan de school daarin niet voor 100% dekkend zijn dan moet de school zelf net zo lang doorgaan totdat die passende plek is gevonden. Duidelijker kan niet. Dit is de geest van de Wet Passend onderwijs. Dus is niet de vraag aan de orde “Welk label heeft dit kind?” maar “Hoe brengen we dit leerbare kind tot leren?”. Dan moet je inderdaad dieper gaan graven dan het standaardmodel. Het ligt voor de hand hier de ouders intensief bij te betrekken, die kennen hun kind immers het beste. Het is zeer goed mogelijk om bij dat onderzoek, als het van toepassing is, ook psychische eigenschappen van het kind te betrekken. Je bent dan samen op zoek naar de best passende begeleiding. Die kan in sommige gevallen zeker (ook) van psychische aard zijn. Maar als eerste starten bij het labelen van een kind, dat is niet de juiste weg. Dat is de verkeerde weg.
Weg met dat zorgmodel Samenvattend concludeer ik, dat niet alleen het psychiatriseren van kinderen een verkeerde weg is, maar ook dat het bestempelen van kinderen met een afwijkende leerbehoefte als “zorg”-leerlingen niet handig is. Want je blijft dan in het medische model steken. Het reguliere onderwijs gaat uit van het “gemiddelde kind”.  En dat gemiddelde kind, dat bestaat niet. Er is grote variate in de leerbehoefte, leertempo, motivatie, interesses etc. van kinderen. De roep om gepersonaliseerd leren luidt steeds sterker. Op termijn gaat dat de kinderen die nu nog uitvallen helpen, maar voorlopig nog even niet. Kinderen die niet in het “gemiddelde” vallen bestempelen als uitzondering, gaat niet werken. We moeten niet leren omgaan met diversiteit, maar uitgaan van diversiteit. Dat is goed voor de kinderen en dat is goed voor de samenleving.
Mijn voorstel
Het is dan ook veel handiger om de samenleving te vragen om eens naar andere formuleringen van de wetten te zoeken. Dit pleit ervoor de  formulering van de wet (of de interpretatie, of uitleg) eigentijds te maken. Nou ben ik geen jurist, maar ik mag wel een voorstel doen, toch? Dat was de vraag tenslotte. Hier komt ie. Mijn voorstel voor een nieuwe interpretatie zou zijn:
De ouders worden verplicht, om in het kader van de ontwikkeling van hun kind, zorg te dragen voor goed onderwijs
Daarmee los je het probleem in 1 klap op. Je behoudt dan de mogelijkheid van een bredere diversiteit aan leermogelijkheden. Ouders die, tegen wil en dank, hun kind thuishouden omdat ze onderwijs niet nodig vinden, kunnen nog steeds worden vervolgd (volgens mij is dit echt maar een heel kleine groep, nog niet eens een paar procenten van de hele groep thuiszitters tot nu toe). Tegelijk stel je het huidige, overheidsbekostigde systeem niet ter discussie. Wel laat je de mogelijkheid open, om nieuwe scholen te starten op basis van een eigen pedagogisch/didactische visie. Dat stimuleer je dan via het wijzigen van artikel 23 (wat ook aan het gebeuren is). ​Uiteraard geldt voor die nieuwe scholen het bestaande toezichtskader.
​Eindconclusies:
  • zoek het in hernieuwde interpretaties van de wetten
  • betrek bestaande deskundigheid, en vooral de ouders
  • durf te experimenteren, en behoud daarbij draagvlak
  • soms werkt gezond verstand beter​
  • geef meer ruimte aan het opstarten van nieuwe scholen
  • behoud het bestaande toezichtskader
  • besteed meer aandacht aan het toezicht op de zorgplicht van de scholen

schreeuw_clipped_rev_1

Geplaatst in Thuiszitters | Plaats een reactie

Juf Kiet en ik

Ook ik ben de film gaan kijken. Velen waren me al voorgegaan en er stonden een aantal pittige commentaren in de vakbladen. Zelfs de dagbladen ontbraken niet. Enigszins belast door deze opinies, variërend van jubelende commentaren “deze juf gun je elk kind” tot scherpe afwijzingen van de pedagogische rechtlijnigheid “waarom ziet ze niet dat ze het zelf willen doen”…… toog ik naar het EYE. Een aantal opmerkingen.

De aanpak ven de film

Allereerst een 10, nee een 11 voor de makers. Uniek in velerlei opzichten: de keuze voor het perspectief van de kinderen. De keuze voor een aantal hoofdpersonen, die, onopgemerkt, hun eigen dramaverhaal aan het publiek konden laten zien. Door de montage kwamen de scènes steeds tot een zinnige dramatische lijn, knap hoor. De cameravoering: consequent op ooghoogte voor de kinderen, nooit hoger. Dat werkt! Deze sobere aanpak betaalt zich in klinkende munt uit. Zelden zo’n boeiend epos gezien, en dan nog wel over kinderen en zonder script! (Of dankzij?).

Hartverscheurend

Er zaten bloedstollende én hartverwarmende momenten in het verhaal. Ik viel meteen voor Jorj, die zich in het begin heerlijk clownesk gedroeg en mij dikwijls aan het lachen bracht. De klas ook trouwens. Daartegenover staat de martelgang die hij doormaakt. In gebrekkig Nederlands beschrijft hij hoe het was voor hem en zijn gezin: “boem!” en “Niet slapen, niet school”. Daar heeft hij overduidelijk nog steeds last van. Zijn hele lichaamstaal laat dat zien. Juf neemt hem keer op keer kwalijk dat hij zijn tijd niet gebruikt en straft hem daarvoor door hem zijn pauze te onthouden. Maar ze helpt hem niet met een leerstrategie: hij snapt het gewoon niet! (denk je als kijker…..) Ook Haja geeft en krijgt haar portie drama. Ze ontfermt zich over Lean, die 2 jaar jonger is en nieuwer in de klas. Dat zal Lean weten ook. Geen moment wijkt Haja van haar zijde, vooral niet als ze zelf dingen wil uitzoeken. Haia sleept haar letterlijk over het schoolplein en ze zal vooral dat doen wat deze juf-in- spé voor haar heeft bedacht. Zoekt Haia op deze nogal onelegante manier veiligheid in een soort van relatie? Reageert ze haar eigen frustraties (oorlog? vluchteling?) op haar klasgenootje af? Of imiteert ze het gedrag dat ze gewoon van huis uit heeft meegekregen?  Kom maar op met uw interpretaties. Dat maakt kijken meteen een riskante onderneming. Je vindt zo snel iets… maar is het waar? Wat we zien is dat Haia aan het einde van de film, na veel machtsspelletjes met juf, toch haar diploma krijgt en staat te stralen. De volgende scène zien we Lean opgetogen en vrolijk spelen met zelfgekozen vriendinnetjes, terwijl Haia op de rand van de zandbak een beetje triest zit te kijken. Ik zei het al, drama genoeg. Was dit de prijs die Haia moest betalen voor het winnen van de gunst van de juf? Of heeft de juf, onbewust of bedoeld, Haia verlost van een hechtingsprobleem? Voer voor psychologen.

Subcultuur

Deze juf ziet de kinderen niet “voor vol” aan, denk je meteen, dan zou ze veel meer aandacht hebben gehad voor de emotionele aspecten. Wij zien die emoties wel, door het oog van de camera. Niet serieus genomen worden? Geen luisterend oor? Regels. Ze moeten er maar mee dealen. We zien ook dat de kinderen, in het Arabisch, soms onderling afreageren op het régime… grapjes over haar maken, elkaar het ene moment steunen en het andere moment keihard afrekenen als de gunst van de juf moet worden afgedwongen. Een klassieke subcultuur, zoals je dat ook bij kostscholen ziet. Dit effect treedt nog harder op omdat er ook een taalkloof meespeelt. De kinderen hebben veel vrijheid, door de taal, om die subcultuur te laten bloeien. Maar de juf blijft onverbiddellijk: alles gebeurt in het Nederlands! Ook onderling. Basta. Ingewikkeld hoor…. Hier komt de traditionele tegenstelling tussen dominante cultuur, die de macht in handen heeft, en de subcultuur die enkel nog in sabotage (de timer die teruggezet wordt, hengelen naar antwoorden bij je medeleerling, keihard zeggen dat je iets niet hebt gedaan) of sarcastische humor zijn uitlaatklep vindt. Is dit in deze film schrijnend duidelijk geworden, omdat het verschil tussen de herkomst van deze kinderen en de dominante Nederlandse cultuur evident is, ook in “normale” Nederlandse schoolklassen zie je deze tweedeling. Is dat wat we willen? Kinderen die leren dat de samenleving een machtsstructuur kent, waarin bepaald gedrag wordt beloond en ander gedrag bestraft? Leren hoe het spel te spelen? Kiest u zelf even?

Het Grote Waarom

Waarom vult ze zo vaak in? En doet ze dat, zo weten wij als kijkers, uit de commentaren die de kinderen met elkaar uitwisselen, gewoon hardop verkeerd? Dat heb je zo met interpretaties waarom een broek met natte vlekken voor ongemak zorgt. “Nee juf” zou je willen roepen, net als bij de poppenkast van Jan Klaassen, “Nee ze wil niet dat u een andere broek zoekt. Ze wil dat u haar moeder belt. Mag dat, alstublieft?”  Nee dat mag niet, en, zo voegt ze er nog fijntjes aan toe, dat was ook al uitgelegd. Einde verhaal. Hartverscheurend. Toch komt er verderop in de film nog een keer een natte broek langs, en dan verloopt de verhaallijn totaal anders. Ook de juf toont zich hier menselijk, omdat ze ronduit vertelt dat ze haar koffie ook niet daar had moeten plaatsen.

Ze zeggen wel eens een school is een minisamenleving en dat is het ook.

Juf Kiet is een goede juf. Zelfs een erg goede juf. Althans, als je het bekijkt binnen het kader van een disciplinerend systeem, dat uit is op het gehoorzaam maken en in het gelid krijgen van opgroeiende kinderen. Zo hebben we dat in de 19de eeuw bedacht en we doen het nog steeds zo. Eeehm… u zei de 19de eeuw? Ja. Maar we leven nu in de 21ste eeuw? Ja. Dat scheelt toch 2 eeuwen? Eh ja. Inmiddels geloven nog maar weinig mensen binnen en buiten het onderwijs in de heilzame werking van deze filosofie die daarbuiten niets duldt en toelaat, maar op één of andere manier werkt het systeem. Kennisoverdracht sec is dan nog minder belangrijk dan die disciplinering. Want je moet kennis vergaren op de manier zoals juf het aangeeft. Er is geen ontsnappen mogelijk. Jezelf zijn is nicht im Frage. Of dit de kinderen nou echt voorbereidt op de toekomst? Het zal de kinderen zeker ergens op voorbereiden, maar ik denk niet op een toekomst waarin de 21st Century Skills de dienst gaan uitmaken. Dan moet je je onderwijs anders gaan organiseren. En kinderen anders aanspreken dan of ze de stok van de d wel kort of lang genoeg schrijven.

Bij juf Kiet doe je iets goed als het aan haar strikte normen beantwoordt. Nou ja, ook duidelijk toch? Alleen zij bepaalt wat goed is en wat niet. En dat zal je vele malen per schooldag horen. Ze werkt gewoon met het aloude straffen en belonen. Verdoe je je tijd? Dan op de gang. Heeft de d een te lange stok? Dan gaan we net zo lang door tot ie zo lang is als de juf het goeddunkt.

Waar ik me ook zo aan erger is dat alziend oog. De kinderen krijgen in tal van situaties niet de kans om zelf tot een oplossing te komen. Telkens moeten ruzietjes worden uitgeplozen onder het mom van ‘wie deed wat’ en dat smoort de kans op sociaal-emotionele ontwikkeling. Het continu ingrijpen. Het echt alleen maar als goed beoordelen van resultaten, niet van inzet. Zelfs als 3 meisjes haar toevertrouwen dat ze verliefd zijn op hetzelfde jongetje moet de juf er ook nog even opplakken dat zíj hem een leuke jongen vindt. Zelfs daar zijn de kinderen niet veilig. Want jufs oordeel moet er nog even tussen worden gepropt. Alsof wat de kinderen zelf vinden of voelen eigenlijk niet belangrijk is.

O ja dat kinnetje en dat “Kijk me aan als ik tegen je praat”. Vreselijk. Eén van de klassieke onhebbelijkheden van juffen. Communicatie wordt afgedwongen. Over spontaan sociaal gedrag heen wordt een machtsverhouding gelegd. Ze zullen het leren. Je zal weten wie er de baas is. Onder het mom van ‘respect tonen’. Maar goed ik heb nog veel meer ergernisjes, er is al genoeg kritische beschouwing geweest dus ik stop er even mee.

Aandacht voor herkomst

Waarom besteedt ze geen aandacht aan de herkomst van de kinderen? De Nederlandse cultuur wordt er ingeramd. Letterlijk. Dit zou totaal niet mijn stijl zijn. Ik zou ze uitnodigen om verhalen te vertellen over hun eigen leven. Is het de bedoeling dat de kinderen keurig netjes in het Nederlandse gareel gaan lopen? Waarom moet dat gepaard gaan met een systematische ontkenning van hun roots? Althans…. Het lijkt me toch dat als je daar geen enkele aandacht aan besteedt, je het ook wilt ontkennen. Of is het allemaal onbewust? We weten het niet. Dit vind ik echt het pijnlijkste van de film. Is het misschien bewust de bedoeling ze geen sociale band met elkaar aangaan? Dat ze elkaar niet mogen herkennen in hun leven en daar verbinding ervaren en energie uit putten? Dat dat leven misschien zelfs niet serieus genomen mag worden? Dat je ervaringen als mens, hoe jong ook, ook al ben je 6, er niet toe doen? We hebben in Nederland nogal een mechanisch beeld van socialisatie. Ook dat wordt gezien als een set aan vaardigheden die, heel academisch, systematisch en los van elkaar geleerd moeten worden. Op het schoolplein moeten de kinderen ineens vriendjes maken met de “gewone” kinderen. Onder leiding van de juf als het moet. Maar daarmee grijp je voortdurend in in het sociaal weefsel dat daar informeel ontstaat. Werkt dat? Het lijkt me erg kunstmatig en dus niet echt vanuit de wens van de kinderen zelf te komen. Maar ja………… misschien is de andere kant van de medaille wel dat je anders te veel bij je eigen clubje blijft plakken en dat dat dan weer niet goed gevonden wordt. Pfff… ingewikkeld! Wat zou de juf ervan denken? Vroeg of laat vult ze dat wel in… wees maar niet bang. Maar dan wel op haar leest geschoeid. En daar heb jij geen invloed op. Je bent nog maar een kind tenslotte!

De aanpak van de juf

Wat ik ijzersterk aan haar aanpak vind, is dat ze haar emoties professioneel inzet, met als bedoeling de kinderen te wijzen op wat er van hen gevraagd wordt, op de grenzen, het nog een keertje uit te leggen maar dan net even anders, dat ze veel geduld heeft en juist daar doorgaat waar het kind wil afhaken. Dat komt prachtig tot uitdrukking in de kostelijke scène als ze Jorj toch zo ver krijgt de tafel van 5 op te schrijven, en meteen… helemaal goed! Ze prijst hem daarvoor. Je ziet de glundering op zijn gezicht. Dat is natuurlijk het echte pedagogische inzicht: het is niet belangrijk dat hij het goed heeft, het is belangrijk dat hij beseft, dat hij het door eigen inzet (en met een beetje hulp) echt zelf kan! Dat zijn de gloriemomenten waar een leraar met al zijn skills naartoe wil werken en dat gun ik dan juf Kiet ook zo. Want ook zij heeft daar hard voor moeten werken, geloof dat maar. Dat vereist psychologisch inzicht en dat heeft ze. Je krijgt altijd nog die extra kans. Ze helpt hem, op haar eigen manier, door die moeilijke momenten heen. Als je laat zien dat je ervoor gaat, hoezeer ook binnen door haar geformuleerde strikte grenzen, dan zal ze je ook naar dat resultaat toehelpen. Ook heeft ze duidelijk het vermogen om in te schatten waar de zône van naaste ontwikkeling zit en wimpelt, met enige humor, de bezwaren van de kinderen weg met een “Ik weet wel dat je het kan dus ik verwacht het ook van je”. Een volwassene die in kinderen gelooft. Dat is wat waard!

En verder zie ik een persoonlijkheid staan, die volstrekt overtuigd is van haar aanpak. Dat geeft haar handelen een soort rust en continuïteit. Dat dit dan gepaard gaat met een kadaverdiscipline, tja daarvan kun je dan weer van alles vinden. Maar kijk daar eens doorheen en zie haar betrokkenheid bij de kinderen, het scherpe oog voor hun ontwikkelingsmomenten, het geduld, de uitdaginkjes die ze hen geeft opdat ze steeds weer dat stapje verder komen…. Het zou zo maar kunnen dat die combinatie van zelfvertrouwen, een eigen pedagogische aanpak en professioneel omgaan met de ontwikkeling van deze kinderen een basis biedt die hen een gevoel van veiligheid en zekerheid geeft die hen – uiteindelijk – goed doet. Ik weet het gewoon niet maar oordelen is meestal makkelijker dan twijfel toelaten. Hier laat ik twijfel toe. Alleen zou ik zeker niet, als ik jonge kinderen had, voor Juf Kiet kiezen, maar dat ligt veel meer aan mijn opvattingen over ons huidige onderwijssysteem dan aan haar.

Conclusie

De conclusie is, dat ik eigenlijk in verwarring ben achtergebleven. Want hoe versimpeld, en soms ronduit bot, het strakke régime van deze juf ook is, hoe veel leed ze niet kon zien of wilde zien, haar wil eenzijdig oplegde, controle op het hele proces uitoefende, en hoe ouderwets haar pedagogiek ook aandeed, op één of andere manier heb ik niet het gevoel dat dit de kinderen nou echt heeft beschadigd, hoezeer haar aanpak me regelmatig tegenstond. Ieder zijn aanpak tenslotte. En ik vraag me echt af waar hem dat in zit. Commentaren noemen haar aanpak ‘liefdevol’.  Tja… ik zelf versta daar toch iets anders onder. Maar misschien is die combi die ik daarnet noemde wel het geheime elixer. Er is een commentaar van een leraar die jarenlang met vluchtelingenkinderen en andere getraumatiseerde kinderen heeft gewerkt, en zijn oordeel heeft daarin vast en zeker meer waarde. In deze blog geef ik dan ook slechts mijn eigen indrukken weer. Nuances zullen het ook hier gaan winnen.

En misschien is dat wel een mooi einde aan een blog van iemand die veel van juf Kiet geleerd heeft. Anders dat ik dacht!

Ik raad iedereen die met kinderen werkt of gaat werken deze film zeer aan. Houd blocnote en papier gereed want er gebeurt ontzettend veel leerzaams.

P.s.1. nog een hilarische samenloop: De juf dreunt op “We zijn allemaal anders en dat is goed”. Op een toon waarop de kinderen dit natuurlijk moeten nadreunen. Probeer dat zelf maar eens na te dreunen. Heel lang-zaam-en-na-druk-ke-lijk. Daarna zegt ze: “Nu gaan we allemaal staan”.  Voelt u hem?

P.s.2. Een scène die door merg en been gaat, en waarin Juf Kiet zich van haar mooiste kant laat zien, is die met de spiegel en de bloem. Dat vergeet je niet! (Ik verklap niks).

Geplaatst in Education 2.0 | Plaats een reactie