Passend Onderwijs: groepen niet in beeld

De gedachte achter de wet Passend Onderwijs is, dat als een leerling niet mee kan komen, deze met extra zorg toch kan blijven functioneren. Dat is een prima gedachte, niks mis mee. Maar ons onderwijssysteem stelt allerlei eisen aan kinderen. Het is best complex voor een kind om er in te blijven passen. Dat gaat lang niet altijd zomaar. De filosofie van het Passend Onderwijs is heel simpel: of je loopt mee (groep 1), dan heb je geen zorg nodig. Of je… eehm hebt zorg nodig. Dan ben je groep 2. Tezamen vormen ze de hele populatie.

Groep 1 + groep 2 (zorg) = de totale groep

Helaas…… er is nog een derde groep: kinderen die niet passen, maar niet geholpen zijn met zorg. Die groep is in dit systeem onzichtbaar maar valt wel uit. Ik noem enkele patronen die wij vaak tegenkomen:

  • een kind dat niet goed tegen alle prikkels kan. Drukte, lawaai, plotselinge wisselingen van leerkracht, uitval van lessen etc. Of zo’n kind nou wel of niet een label heeft, ondersteuning is vaak onvoldoende
  • kinderen met een niet in het systeem passende leerstijl. Ik noem ze “zelflerende kinderen”. Vaak lopen ze voor, en nemen ze eigen initiatief. Dat wordt dan niet gewaardeerd

Je krijgt dan een andere formule:

groep 1 + groep 2 (zorg) + restgroepen (niet duidelijk in beeld) = totale groep

In die restgroepen zit de grootste pijn. Deze groepen kinderen kunnen niet geholpen worden met de zorg die een school kan leveren. Sterker nog: ze zijn niet eens in beeld. Je moet dan buiten de kaders gaan denken en dat vinden scholen erg lastig. De prikkelgevoelige kinderen zijn vaak geholpen, zo zeggen de ouders, met minder schoolbezoek, intensieve begeleiding door de ouders zelf, en gedeeltelijk thuis leren (of op een andere plek waar het rustig is). De zelflerende kinderen kunnen in dit systeem van “iedereen hetzelfde tempo” eigenlijk niet geholpen worden. Sterker nog, het woord “zorg” past hier niet. Het gaat hier om een andere manier van leren. Daar hebben de meeste mensen in het onderwijs niet voor geleerd. Ze zien het vaak niet eens. Deze kinderen duiken onder in onderpresteren, of gaan clownesk gedrag vertonen. En worden daarop afgerekend, terwijl de oorzaak niet wordt gezien.

Probleem is: als je niet kijkt dan lijkt het of het niet bestaat. Dat is fnuikend, omdat deze kinderen soms jarenlang met tegenzin naar school gaan. Ouders doen hun uiterste best om ze toch maar naar die school te duwen en voelen zich schuldig omdat hun kind duidelijke signalen afgeeft. En omdat er geen structureel platform bestaat om dergelijke zaken bespreekbaar te maken tussen ouders en school, ontbreekt ook de basis om het probleem te onderkennen. Het probleem woekert voort en komt in een te laat stadium aan de oppervlakte. Veel schade is dan al aangericht.

This entry was posted in Thuiszitters. Bookmark the permalink.

Comments are closed.