Onderwijs op andere locatie dan school

Het Ministerie van Onderwijs gaat de wet aanpassen. Ze vragen (tot 31 januari) reacties uit de samenleving. Dat noemenz ze “internetconsultatie” Hier mijn persoonlijke reactie:

L.S.,
Graag geef ik mijn persoonlijke reactie op uw wetsvoorstel.
Ik beperk me tot de groep thuiszitters, aangezien die groep de meeste aandacht behoeft.
Wiens probleem is het nu eigenlijk? Ik bemerk achter het wetsvoorstel een geschiedenis en een mentaliteit. Een geschiedenis omdat er nu, nu de wet Passend Onderwijs drie jaar van kracht is alom is gebleken dat er ondanks de goede intenties (die ik overigens onderschrijf) toch geen vooruitgang te bespeuren valt. Het aantal thuiszitters is nog steeds onverminderd hoog (ongeveer 15.000) en het veld komt maar moeizaam op gang. Het geeft toch te denken dat er bijvoorbeeld pas onlangs is bedacht om de registratie van de thuiszitters bij de Samenwerkingsverbanden ter hand te nemen. Dit bevreemdt mij, aangezien je bij het uitvaardigen van een wet toch van te voren moet nadenken over de vraag hoe je de gevolgen van die wet gaat meten. Het lijkt voor de hand te liggen, maar toch is dat niet gebeurd. Dat bevreemdt mij allereerst als burger, omdat er toch zoiets moet bestaan als “hoe wordt dit door de burgers opgebrachte belastinggeld verantwoord?”, een simpel principe dat de mensheid al vele eeuwen vooruitgang heeft gebracht. Het heeft er dus alle schijn van dat dit wetsvoorstel beoogt om het falen van de vorige wet, binnen de wet zelf, te repareren. Maar mij geeft dat geen vertrouwen. Er worden sterke restricties engel_clipped_rev_1gesteld aan het thuisonderwijs dat dan gegeven moet (kan) worden, en daar wordt uitdrukkelijk van te voren al een contrôleapparaat op ingesteld. Maar waarom was dat contrôleapparaat er dan niet meteen al? Had de politiek zoveel onbegrensd vertrouwen in de volgzaamheid van de scholen? Het moet haast wel zo geweest zijn…… en dat geeft te denken. Dat geeft bij mij als burger en als deskundige op het gebied van de thuiszittersproblematiek geen enkel vertrouwen. Er is een citaat dat aan Albert Einstein wordt toegeschreven:
“Je kunt een probleem niet oplossen op hetzelfde niveau als waarop het ontstaan is”
En dat geldt hier zeker.
Mentaliteit ​Want wat had het Ministerie, behalve dit wetsvoorstel, ook kunnen doen? Keuzemogelijkheden genoeg. Ik bedenk er een paar:
  • een peiling doen bij de betrokkenen, als opmaat voor een eventueel wetsvoorstel (en dan bedoel ik niet het onderzoek van Ecorys, dat was geen peiling. In de onderzoeksopzet was het wetsvoorstel al van te voren verdisconteerd. Wij hebben grote moeite moeten doen om de groep thuiszitters er überhaupt in te krijgen)
  • Discussies in het land opzetten, met als doel de veelzijdigheid aan leerbehoeften te peilen en het veld aan te zetten daar meer aandacht aan te besteden​
  • gezamenlijk gedragen regionale pilots opstarten om deze uitgevallen kinderen weer leerbaar te krijgen
  • deskundigheid die overal voorhanden is en nog niet is benaderd en ingezet, activeren en benutten
  • praten met ouders over hun kind (en de ouders dus serieus nemen)
  • zorg en onderwijs te combineren en obstakels hiervoor weg te nemen
  • meer aandacht aan preventie schenken: hoe komt het dat een kind uiteindelijk uitvalt? Hoe verlopen die processen? Heeft het strikte systeem daar misschien iets mee te maken? Een eventueel tekort aan kundigheid bij de leerkracht bestuderen? etc.
  • andere landen bezoeken om van te leren
  • andere sectoren bezoeken, zoals bv. de zorg en de politie. Grote kans dat daar vergelijkbare processen spelen
​Maar waar kiest het Ministerie voor? Men kiest voor de platgetreden paden van “meer van hetzelfde”. En dat is een aaneenschakeling van gemiste kansen. Nieuwe wetgeving moet de problemen rondom de vorige wet repareren. De boot moet koste wat kost worden gerepareerd dus lassen we het lek maar weer met een staalplaatje dicht. Er wordt een Facebookpagina opgezet om te communiceren over Passend Onderwijs. De vaak schrijnende gevallen rondom thuiszitters worden hier niet genoemd. Wel duikt er af en toe een succesverhaal op. Die zijn er zeker ook! Begrijp me niet verkeerd. Maar toch… lijkt dit niet vooral een etalage van de ideale voorstelling van zaken, vanuit de regering? Wiens brood men eet… Ik zie geen openheid, geen wil om andere wegen te zoeken, geen behoefte aan contact met de samenleving. Wel wordt een beeld gecreëerd: het gaat de goede kant op hoor! We zijn er nog niet maar we werken er hard aan met z’n allen! Ondertussen wordt er een strak contrôleapparaat opgetuigd voor de uitzonderingsgevallen, terwijl datzelfde contrôleapparaat niet hoeft te gelden voor het reguliere systeem. Waar wel de problemen ontstaan zijn. Dat is meten met 2 maten. Eigenlijk is het de bedoeling dat het thuisonderwijs dat deze kinderen zouden gaan ontvangen in de nieuwe constructie, een rechtstreekse kopie is van het systeem waarin de problemen zijn ontstaan. Hoe creëer je dan een veilig en stimulerend klimaat? Laat me een voorbeeld geven. Veel ouders vertellen mij, dat hun kind prima kan leren maar dat het gewoon niet tegen de drukte en chaos in de klas kan. Dan zou ik voorstellen deze kinderen binnen het schoolgebouw, of anders vlak in de buurt, in een rustige omgeving te plaatsen en gewoon door te laten gaan met leren. Probleem voor een deel van deze groep meteen opgelost! Of laat de ouders één of 2 dagdelen in de buurt zijn, als een kind daar beter van gaat leren prima toch? Probeer het eens aan te pakken daar waar het probleem werkelijk ligt. In dit voorbeeld heb je dan dus geen onderwijs thuis meer nodig. Daartoe moet je wel eerst in je mindset mee durven nemen dat ouders zinnige dingen over hun kind kunnen vertellen. Ook als ze er geen diploma voor hebben.

De beknellende wet De Leerplichtwet schrijft aan de ouders voor, dat deze hun kind naar school moeten sturen. Dat suggereert dat “leren” wordt gelijkgesteld aan schoolbezoek. Dat was toen al problematisch. Want we weten dat een kind meer leert buiten dan binnen school. Op een of andere manier is het beeld ontstaan dat het formele (schoolse) leren wel leren is terwijl het informele leren (leren terwijl je het niet merkt) wordt afgedaan en niet serieus genomen hoeft te worden. Maar nu, in onze huidige moderne samenleving is er een spanning ontstaan tussen het strak georganiseerde overheidsonderwijs en de leerbehoefte van vele groepen kinderen. ​​Het knelt. Vele groepen komen niet aan bod en vallen uit. Komt dat doordat er iets psychisch aan deze kinderen schort? Helpt het ver-psychiatriseren van deze kinderen? Nee, volgens mij en vele andere​n​ niet. De oude definities knellen, en tegelijk zijn we niet in staat de breedheid aa​n​ leerbehoeften af te dekken met dit systeem.

Niet een label maar een leerbehoefte Waarom worden kinderen die problemen vertonen (veroorzaken?) als psychiatrisch afwijkend bestempeld? Dat begrijp ik werkelijk niet. Wat meestal door de school wordt ervaren als problematisch gedrag (afwijkend, storend, kind heeft meer/andere begeleiding nodig en de reeds gegeven hulp (remedial teaching etc.) werkt niet) is meestal de trigger om een escalatie in gang te zetten. En dat begint dan met tests die vaak moeten uitwijzen dat er “iets” mankeert aan het kind. Dat is nogal makkelijk. Als je gaat zoeken vind je altijd wel iets. Zeker als je aan het werk gaat met de felbediscussieerde DSM-5 bijbel. Het kind als “de” oorzaak? De ouders worden daar dan slechts op informerende wijze (of helemaal niet) in meegenomen, laat staan dat ze worden geraadpleegd of dat hun benadering serieus wordt genomen. De route naar uitval is gestart. Wie heeft hier de regie? Het lijkt er sterk op dat de school hier een scenario naar doelbewuste uitval in gang zet. Op een of andere manier is het psychisch labelen daarin een vaak gelopen route. Wat is daarvan het voordeel? Wat ik vaak zo mis, is “de hand in eigen boezem”. Een school die genoeg zelfreflectie opbrengt om het probleem daar te houden waar het thuishoort: in en rond het leerproces van het kind. De enige vraag zou moeten zijn “Wat heeft dit kind nodig”. En kan de school daarin niet voor 100% dekkend zijn dan moet de school zelf net zo lang doorgaan totdat die passende plek is gevonden. Duidelijker kan niet. Dit is de geest van de Wet Passend onderwijs. Dus is niet de vraag aan de orde “Welk label heeft dit kind?” maar “Hoe brengen we dit leerbare kind tot leren?”. Dan moet je inderdaad dieper gaan graven dan het standaardmodel. Het ligt voor de hand hier de ouders intensief bij te betrekken, die kennen hun kind immers het beste. Het is zeer goed mogelijk om bij dat onderzoek, als het van toepassing is, ook psychische eigenschappen van het kind te betrekken. Je bent dan samen op zoek naar de best passende begeleiding. Die kan in sommige gevallen zeker (ook) van psychische aard zijn. Maar als eerste starten bij het labelen van een kind, dat is niet de juiste weg. Dat is de verkeerde weg.
Weg met dat zorgmodel Samenvattend concludeer ik, dat niet alleen het psychiatriseren van kinderen een verkeerde weg is, maar ook dat het bestempelen van kinderen met een afwijkende leerbehoefte als “zorg”-leerlingen niet handig is. Want je blijft dan in het medische model steken. Het reguliere onderwijs gaat uit van het “gemiddelde kind”.  En dat gemiddelde kind, dat bestaat niet. Er is grote variate in de leerbehoefte, leertempo, motivatie, interesses etc. van kinderen. De roep om gepersonaliseerd leren luidt steeds sterker. Op termijn gaat dat de kinderen die nu nog uitvallen helpen, maar voorlopig nog even niet. Kinderen die niet in het “gemiddelde” vallen bestempelen als uitzondering, gaat niet werken. We moeten niet leren omgaan met diversiteit, maar uitgaan van diversiteit. Dat is goed voor de kinderen en dat is goed voor de samenleving.
Mijn voorstel
Het is dan ook veel handiger om de samenleving te vragen om eens naar andere formuleringen van de wetten te zoeken. Dit pleit ervoor de  formulering van de wet (of de interpretatie, of uitleg) eigentijds te maken. Nou ben ik geen jurist, maar ik mag wel een voorstel doen, toch? Dat was de vraag tenslotte. Hier komt ie. Mijn voorstel voor een nieuwe interpretatie zou zijn:
De ouders worden verplicht, om in het kader van de ontwikkeling van hun kind, zorg te dragen voor goed onderwijs
Daarmee los je het probleem in 1 klap op. Je behoudt dan de mogelijkheid van een bredere diversiteit aan leermogelijkheden. Ouders die, tegen wil en dank, hun kind thuishouden omdat ze onderwijs niet nodig vinden, kunnen nog steeds worden vervolgd (volgens mij is dit echt maar een heel kleine groep, nog niet eens een paar procenten van de hele groep thuiszitters tot nu toe). Tegelijk stel je het huidige, overheidsbekostigde systeem niet ter discussie. Wel laat je de mogelijkheid open, om nieuwe scholen te starten op basis van een eigen pedagogisch/didactische visie. Dat stimuleer je dan via het wijzigen van artikel 23 (wat ook aan het gebeuren is). ​Uiteraard geldt voor die nieuwe scholen het bestaande toezichtskader.
​Eindconclusies:
  • zoek het in hernieuwde interpretaties van de wetten
  • betrek bestaande deskundigheid, en vooral de ouders
  • durf te experimenteren, en behoud daarbij draagvlak
  • soms werkt gezond verstand beter​
  • geef meer ruimte aan het opstarten van nieuwe scholen
  • behoud het bestaande toezichtskader
  • besteed meer aandacht aan het toezicht op de zorgplicht van de scholen

schreeuw_clipped_rev_1

This entry was posted in Thuiszitters. Bookmark the permalink.

Comments are closed.